Philip Van Loocke - Het wereldbeeld van de wetenschap

In de blog: Philalethes reacties: 5 pdf print

In mijn ervaring heb je twee soorten leraars: aan de ene kant heb je leraars die je overdonderen met een stortvloed aan informatie, waarbij je je al gauw afvraagt hoe je dit ooit zult overleven. Al snel blijkt echter dat je die woordenvloed niet zo serieus moet nemen: ze komt vooral voort uit een gebrek aan structuur, waardoor alles meer lijkt te zijn dan het is. Het komt er dan op aan om er zelf de essentie uit te pikken, waarbij je verder de vrijheid hebt om enkele zijwegen al dan niet mee te bewandelen. Aan de andere kant heb je leraars die zeer traag lijken te gaan: kalm en beheerst zetten ze enkele dingen uiteen, wat echter zodanig gestructureerd gebeurt dat je de indruk krijgt dat alles wel zeer makkelijk bevattelijk is. Enkele weken later sta je echter verstomd van de materie die je al achter de kiezen hebt, en de examenstof blijkt meer dan omvangrijk te zijn. Deze tweede categorie vergelijk ik graag met een sherpa: de Himalaya moet beklommen worden, maar het is beter om de inspanningen te doseren. Wie onbezonnener te werk wil gaan zal zich in het begin misschien ergeren aan het gezapige tempo, maar zal uiteindelijk moeten toegeven dat het erg inspannend is. Welke leraar men verkiest hangt uiteraard af van persoonlijke appreciatie, maar in elk geval zegt het weinig over de geboden kwaliteit: achter beide leervormen kan een interessante leraar schuilen. Of een slechte. In de chaos kunnen interessante ideeën te vinden zijn, maar men kan ook het banale structureren. (Uiteraard bestaan er meer en minder extreme variaties op beide types, maar ik ga deze nuancering even niet uitdiepen. Ik ga er vanuit dat men wel begrijpt wat ik hier op het oog heb.) Philip Van Loocke beschouw ik als het 'sherpa-type' leraar. Toen ik tijdens mijn eerste kandidatuur wijsbegeerte aan de UGent zijn eerste les kwam binnengeslopen (ik had mij helaas een kwartiertje overslapen en wist me nog een zitje op de trap te versieren - later tijdens het academiejaar kwamen er gelukkig meer stoelen vrij), verwachtte ik mij aan het inleidende praatje dat de meeste professoren houden tijdens hun eerste les. Wie ze zijn, wat de wijsbegeerte voor hen betekent, wat ze van de student verwachten,... Tot mijn grote verbijstering stonden daar enkele hersenen op het bord getekend, en was Van Loocke bezig met een uiteenzetting over hersenlateralisatie, het gebied van Wernicke en Brocka,... Niet echt wat ik verwacht had om tijdens een eerste les voorgeschoteld te krijgen, en ik vreesde dan ook het verkeerde auditorium binnengeslopen te zijn. Al gauw kon ik tot mijn grote opluchting toch enkele bekende gezichten onderscheiden, en vestigde mijn aandacht dan maar weer op de hersenhelften op het bord. Pas twee lessen later zou het me duidelijk worden waarheen die uiteenzetting over de hersenen leidde, en werd ik geconfronteerd met split-brain patiënten (mensen waarbij de twee hersenhelften gescheiden zijn) en de implicaties hiervan voor onze kennis over het bewustzijn. Vorig jaar verscheen van Van Loocke het boek 'Het wereldbeeld van de wetenschap' (klik op de afbeelding voor een link naar de pagina van uitgeverij Garant), waarin hij in dezelfde stijl die ik me van z'n lessen herinner een beeld schetst van de wetenschappelijke bevindingen aan het begin van de 21ste eeuw: wat kunnen we wel of niet weten aan de hand van de huidige stand van zaken? Traag en gestaag begint hij aan zijn uiteenzetting, maar wie het boek uiteindelijk dichtslaat is verheugd over de opgedane ervaring, en is bij een blik op de afgelegde weg verbaasd over de omvang ervan. Maar laat me alvast dit even duidelijk stellen: het boek is ontegensprekelijk wetenschapspopulariserend van opzet. Van Loocke stelt in zijn inleiding alvast dat iedereen met een humaniora-diploma en enig doorzettingsvermogen in staat moet zijn om dit boek te lezen. Of dit werkelijk het geval is, laat ik even in het midden, en er zijn talrijke passages waar Van Loocke de lezer voorstelt om een paar alinea's over te slaan als hij niet zo geïnteresseerd is in de technische uiteenzetting. Dit kan storend werken voor wie wel alles wil lezen, maar het is duidelijk dat Van Loocke er zich bewust van is dat sommige brokken wel eens niet zo hapklaar zouden kunnen zijn. Net als de auteur zou ik de lezer dus aanraden om te blijven lezen, want sommige passages zijn inderdaad wat moeilijker te verteren, maar dat wordt later ruimschoots gecompenseerd. Nu, wat mag men van dit boek verwachten? Van Loocke somt in de introductie vijf punten op die zijn wereldbeeld bepaalden toen hij zelf nog een student was (begin de jaren '80), en waarvan hij vijfentwintig jaar later tot de conclusie is gekomen dat ze ofwel fout zijn, ofwel grondig genuanceerd moeten worden: 1. De wereld is een gedetermineerde machine. Op het microniveau is er weliswaar indeterminisme, maar het beeld op de wereld dat de kwantummechanica naar voren schuift, heeft geen implicaties voor het niveau van grootte waarop de levende wezens zich bevinden, laat staan voor het kosmologisch niveau. 2. De gehele kosmos ontstond bij één big bang en strekt zich uit tot aan de rand van ons zichtbaar universum. Het is zinloos om te vragen wat aan de big bang voorafging of wat zich achter de rand van ons zichtbaar universum bevindt. 3. In dit universum is de mens de meest complexe machine. Omdat hij een complex informatieverwerkend systeem is, heeft hij bewustzijn. 4. De evolutieleer kan verklaren hoe het bewustzijn is ontstaan en wat het evolutionaire voordeel ervan is. 5. Zoals voor alle cognitieve problemen kunnen we ook voor de vragen wat vrije wil en verantwoordelijkheid zijn terecht bij de huidige wetenschap. Deze vijf naïeve opvattingen worden in dit boek ontleed, ontkracht of genuanceerd. Van Loocke neemt hiertoe echter een aanloop met een bespreking van de mythe, die meestal gezien wordt als het totaal tegenovergestelde van een wetenschappelijke houding. Hij beargumenteert echter dat de mythen ontstaan zijn uit mensen met een soortgelijk brein als het onze, en er dan ook opvallende parallellen met de wetenschap te ontdekken zijn (zoals het groepsdenken, om er maar één voorbeeld uit te kiezen). Deze aanloop wordt nog wat langer door een schets van de opkomst van het wereldbeeld van de klassieke natuurkunde, die aantoont dat deze ontwikkeling niet zo lineair is als we meestal denken. Dit hoofdstuk biedt dan ook een interessante visie op de tegenstrijdige bewegingen die tegelijk plaatsvonden. De geschiedenis van de wetenschap is er niet één waarin het ene idee het andere opzij schoof, om zo op steeds rationelere wijze naar een volmaakt eindpunt te evolueren, maar waar verschillende ideeën naast elkaar bloeiden, elk vanuit een andere traditie of overtuiging. Dit werpt soms een geheel ander licht op bekende wetenschappers uit het verleden. Zo hoeft men Newton niet te zien als de eerste echte, rationele wetenschapper, maar blijkt uit zijn geschriften dat hij misschien wel de laatste magiër was. Toch staat zijn bijdrage aan de wetenschap onomstotelijk vast. Nu ik het toch over Newton heb, wil ik ook dit nog even aanstippen: Van Loocke maakt soms gebruik van gortdroge humor, die men wel of niet kan appreciëren. Ik vond het in elk geval soms een verlichting om even te kunnen lachen met onnozele zinnetjes, die ik hier niet al te veel ga herhalen omdat ze buiten hun context wellicht niet werken. Toch, ter illustratie, het volgende voorbeeld. "We kunnen Newton dus bezwaarlijk romantiseren. Tijdens zijn leven was hij vaak een weinig aangename man." Hierna volgt een voetnoot, die de lezer uit een zeker plichtsgevoel dan toch maar leest. Daar staat het volgende: "Na zijn leven was hij dood. In dit boek schrijven we met een hoge informatiedichtheid (de volgende hoofdstukken vragen bovendien af en toe een redelijke portie concentratie). Een kwinkslag als deze maakt dat goed." Flauw, zo kan men beweren, maar in dit boek werkt het wonderwel: het komt inderdaad af en toe voor dat je je als lezer in een diepe concentratie bevindt, en dit soort zinnetjes maken het soms toch luchtiger. Wetenschap kan droog zijn, (waarmee ik niet bedoel dat ze niet boeiend kan zijn), maar dit betekent niet dat er niet gelachen kan worden. Bovendien kan ik me perfect inbeelden dat dit soort kwinkslagen ook voor de schrijver zelf een bron van genot vormen. Wie is er nog nooit even opgetogen geweest nadat hij ergens in een tekst een onnozel grapje binnengesmokkeld heeft? Het enige wat dit verraadt, is menselijkheid. Na deze zorgvuldige aanloop, schakelt Van Loocke over naar de stand van zaken in de huidige wetenschap. De hoofdstukken over de relativiteitsleer en de kwantummechanica zijn nog vrij begrijpelijk én verhelderend, waarbij deze theorieën ook treffend in hun tijdsbeeld geplaatst worden, maar ik moet toegeven dat ik bij de snaartheorie en de M-braantheorie toch even sterretjes voor mijn ogen zag, die bij nader inzien fermionen en bosonen bleken te zijn. Op den duur bleek ik echter geen hadronen uit baryonen meer te herkennen, maar dat kon de pret niet drukken: Van Loocke geeft af en toe zeer technische uiteenzettingen, maar deze worden uiteindelijk gekaderd in een ruimer begrip. In het hoofdstuk 'De hedendaagse kosmologie' wordt op heldere wijze uiteengezet welke implicaties alle wetenschappelijke bevindingen op dit domein hebben. Hoe is ons universum ontstaan? (Vergeet de Big Bang, leve het inflatievacuüm!) Zijn er meerdere universa? (Vanuit dit universum bekeken wel.) Aan welke voorwaarden moet ons universum voldoen om eruit te zien zoals het onze er uitziet? Dit laatste is het zogenaamde antropische principe, dat goed kan uitgelegd worden aan de hand van het sprookje van goudlokje dat het huis van de drie beren bezoekt, waarbij de pudding niet te warm of te koud mag zijn, de stoel niet te hard of te zacht,... Op dezelfde manier is het ontstaan van leven alleen mogelijk als de waarden van de natuurconstanten niet te groot of te klein zijn. Van Loocke zet hier uiteen wat dit betekent voor de kosmos, de planeten,... Daarnaast wordt ook uitgebreid ingegaan op de filosofische consequenties van het multiversum, waardoor de wetenschappelijke bevindingen toch weer een ruimer interpretatiekader krijgen. (Zoals: is het mogelijk dat wij leven in een universum dat door andere wezens geschapen is, bij wijze van experiment? Of kan het zelfs zijn dat wij in een virtueel universem leven?) Langs deze weg bereiken we dan ook andere fundamentele vragen: wat met ons bewustzijn? En de vrije wil (en dus de morele intuïtie)? Van Loocke geeft een overzicht van de wetenschappelijke stellingnames in dit debat, en toont op overtuigende wijze aan waar de sterke en zwakke plekken van een bepaalde theorie te vinden zijn. De waarheid is echter dat we nog steeds geen onomstotelijke kennis hebben over de aard van het bewustzijn. Zo kennen we het zogenaamde 'moeilijke probleem' van het bewustzijn: hoe komt het dat bepaalde neurologische verschijnselen aanleiding geven tot bewustzijn? Er is wel een correlatie te vinden, maar hiermee hebben we nog geen verklaring. De wetenschap heeft hier nog steeds geen éénduidig antwoord op, en iemand als Colin McGinn oppert dat we op dit punt evenveel kennis hebben als de oude Grieken over de materie hadden. Zo wordt verder besproken waarom de evolutieleer of het functionalisme geen antwoord op deze vraag kunnen geven, of waarom het materialisme geen duidelijk antwoord biedt op de 'moeilijke vraag'. Ook de visies van Dennett en Chalmers, om maar een paar bekende namen te noemen, komen hier uitgebreid aan bod. Op dezelfde manier ontleed Van Loocke het debat betreffende de vrije wil en het zelf. Op systematische wijze schotelt hij ons de verschillende visies op vrijheid voor, en waar hun problemen zich situeren. Het lijkt erop dat we onze vrijheid noch in een deterministische, noch in een kwantummechanische wereld kunnen verdedigen. Ook 'het zelf' dat wij menen te bezitten, kan ernstig in vraag gesteld worden. (Ook hiervoor wordt vaak verwezen naar Dennett.) Onze perceptie hierover wordt echter beïnvloed door culturele verschillen, zo toont Van Loocke aan met een vergelijking tussen de Westerse en de Oosterse visie op deze zaak. Het is dan ook noodzakelijk om hierin enige terughoudendheid in acht te nemen, aangezien we ons bewust moeten zijn van onze gebrekkige kennis. Maar het kan alvast geen kwaad om creatieve ideeën alle vrijheid te bieden. Zoals de geschiedenis van de klassieke natuurkunde aantoont, bestonden vele ideeën naast elkaar. Het heeft dan ook geen pas om nu al één visie naar voor te schuiven, (het materialisme bvb.), en iedereen die iets anders beweert te marginaliseren. In een kleine slotbeschouwing, waarvan hij zelf aanvoelt dat ze hem in sommige kringen niet in dank zal afgenomen worden, gaat Van Loocke dan ook in op het huidige academische klimaat, dat naar zijn mening soms te weinig creativiteit toelaat. Wie niet in de pas loopt van wat op een bepaalde plaats (universiteit) als 'beste' mening geldt, kan het verder wel vergeten. Het is dan ook bijzonder ironisch om te moeten vaststellen dat Van Loocke op dit moment zelf geen les meer geeft aan de UGent, waarvan iedereen die er ooit wijsbegeerte gestudeerd heeft weet dat hij nogal geïsoleerd stond tussen de vakgroepen. En dat is jammer, want dit boek was oorspronkelijk bedoeld voor zijn studenten, voor wie dit zeker een verrijking zou geweest zijn. Een gemiste kans voor de UGent... Conclusie: 'Het wereldbeeld van de wetenschap' geeft een duidelijk overzicht van de implicaties van de huidige wetenschappelijke stand van zaken. Wat dit boek overtuigend maakt, is dat het vaak een heel scala van meningen de revue laat passeren, waarbij ook meningen die minder 'common sense' zijn aan bod komen, hoewel de aandacht toch vooral uitgaat naar de ideeën die meer algemeen aanvaard zijn. Dat was immers de opzet van dit boek: aantonen wat de huidige wetenschap over het heelal en ons leven te vertellen heeft. In het geval van het bewustzijn en de vrije wil is hier veel minder consensus over, en dat maakt de delen die hierover handelen net zo boeiend: zij laten zien welke antwoorden men al heeft proberen te formuleren, waarbij zowel de sterke als zwakke punten in de verf gezet worden. Wetenschappers moeten immers durven toegeven dat we sommige dingen (nog?) niet kunnen verklaren. Een aanrader dus, of zoals recensent Marnix Verplancke schreef: "Daarom is het goed dat er van tijd tot tijd iemand een overzicht geeft van de stand van zaken, en dat doet Philip Van Loocke in Het wereldbeeld van de wetenschap, een lijvig boek dat in feite in geen enkel gezin zou mogen ontbreken, zoiets als het kookboek van de boerinnenbond dus, maar dan wel interessanter." (De Morgen, 11 juni 2008) Ondanks alle gebrekkige kennis kunnen we wel beweren dat we gemaakt zijn uit sterrenstof, en dat het universum zich in ons van zichzelf bewust wordt. Misschien moeten we deze bespreking dan ook maar eindigen met die goeie oude William: "We are such stuff As dreams are made off, and our little life Is rounded with a sleep." PS: Het boek eindigt met een voetnoot waarin de opstart van een forum aangekondigd wordt, met mogelijkheid tot feedback en discussie over dit boek. Dit was voorzien voor 2008. Ik heb dit forum helaas nog niet gevonden, en betwijfel dus of het bestaat. Mocht iemand hier meer over weten, mag hij dat altijd laten weten.


Tags
geen tags

Reacties (5)

mooi, krijgen we meer zo'n artikels van je?

Onno


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:27
   

dank je - en ik doe mijn best, maar de zin moet er zijn natuurlijk (die was de voorbije maanden door allerlei omstandigheden een beetje weg, maar ik hoop de draad nu weer te kunnen oppikken)


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:27
   

't Is curieus misschien, maar zelf heb ik altijd het gevoel gehad dat de wetenschap wel een manier is om sommige fenomenen in de wereld te bestuderen, maar dat het resultaat geen 'wereldbeeld' is. In het beste geval is het een beeld van fragmenten van één aspect van de wereld, namelijk dat wat je de objectieve realiteit zou kunnen noemen.

Een tweede probleem is m.i. dat wetenschappen nogal snel van gedacht kunnen veranderen. Nu denken veel mensen dat het universum door een periode van inflatie gegaan is, maar het is best mogelijk dat we dat idee binnenkort verlaten. Wat moet je dan met een wereldbeeld?

Mijn excuses als dit zou overkomen als een kritiek op het boek van Van Loocke, 't is zo niet bedoeld.

Een opmerking toch.

"1. De wereld is een gedetermineerde machine. Op het microniveau is er weliswaar indeterminisme, maar het beeld op de wereld dat de kwantummechanica naar voren schuift, heeft geen implicaties voor het niveau van grootte waarop de levende wezens zich bevinden, laat staan voor het kosmologisch niveau."

Schrijft Van Loocke echt dat de overheersende mening begin jaren '80 was dat de QM geen implicaties heeft voor het niveau van grootte waarop levende wezens zich bevinden? Dat is vreemd. Zonder de QM geen stabiele atomen, zonder stabiele atomen geen levende wezens.


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:27
   

Eerst even een reactie op je laatste opmerking:
Wat Van Loocke daar schreef, was een opvatting die hij zélf koesterde als student (hij zat toen in zijn eerste lic wiskunde, en was net begonnen aan zijn eerste kandidatuur wijsbegeerte). (Hij moest toen namelijk voor Jaap Kruithof een taak maken waarin hij in vijf punten zijn wereldbeeld moest weergeven.) Mocht het in mijn bespreking lijken alsof Van Loocke beweerde dat dit toen een algemeen aanvaard standpunt was, dan is dat volledig mijn fout. Het was dus gewoon iets wat hij toen dacht, net zoals zoveel mensen die niet echt in de materie thuis zijn dit nog steeds denken.

Wat je opmerking over het gebruik van het woord 'wereldbeeld' betreft, daar heb je uiteraard volledig gelijk. Het is dan ook niet echt Van Loockes bedoeling om te zeggen 'kijk, dit zegt de wetenschap, en daar volgt vanzelfsprekend het volgende wereldbeeld uit'. Hij probeert net te laten zien welke verschillende ideeën opgeroepen worden door die studie van 'de objectieve wereld', maar hij vertrekt meestal wel vanuit wat als 'vrijwel algemeen aanvaard' is (hoewel hij dus ook wel eens tegenstemmen aan het woord laat). En natuurlijk kan het inflatiemodel weer herroepen worden, kan blijken dat er een betere theorie voorhanden is, maar het is hier de bedoeling om een huidige stand van zaken te geven: op dit moment is het vrij algemeen aangenomen dat dit inflatievacuüm er geweest is, en dus vormt dit het vertrekpunt. Van Loocke is er zich wel degelijk van bewust dat wetenschappelijke inzichten aan veranderingen onderhevig zijn, maar dat is geen reden om dan maar niks te zeggen.

Dus neen, een éénstemmig wereldbeeld zul je hier niet vinden, en er blijven vele dingen volledig open - maar dat vond ik net boeiend om te lezen: hoewel er over sommige (objectieve) dingen veel instemming is, kunnen die toch ook weer leiden tot compleet tegenstelde 'wereldbeelden'. Misschien had hij als titel dus inderdaad wel 'Enkele wereldbeelden van de wetenschap' kunnen kiezen, maar dat ging dan misschien weer te postmodern geklonken hebben, wat ook zijn bedoeling niet was.

Maar goed, ik begrijp je probleem wel, 'wereldbeeld' roept misschien inderdaad wel een beeld op dat de lading misschien niet helemaal dekt. Maar als je vertrekt vanuit de idee dat de wetenschap op dit moment een aantal antwoorden heeft (die grotendeels door iedereen aanvaard worden binnen de wetenschappelijke wereld) op een aantal vragen, zoals 'hoe is ons universum ontstaan', dan krijg je wel weer zoiets dat in de buurt komt van een wereldbeeld.

Hoewel je er dan weer allerlei kanten mee op kunt natuurlijk, zo heb je blijkbaar theologische wetenschappers die beweren dat God ervoor gezorgd heeft dat ons universum aan de juiste voorwaarden voldeed om leven te kunnen laten onstaan (via het zogenaamde antropische principe dus), terwijl atheïsten meer de neiging hebben om te zeggen dat als er oneindig veel universa ontstaan, er wel een paar moeten tussenzitten die voldoen aan alle vereisten, en het dus weer volledig toeval is dat wij rondlopen. Dus tja, eigenlijk zijn we nog geen stap verder in die oude discussie. :)


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:27
   

Beste,

na een jaartje op de schelf te hebben gerust, heb ik het boek nu ook opengeslaan en ben beginnen lezen, met veel plezier, juist omdat de discussie over de betekenis van wetenschappelijke bevindingen inderdaad kan leiden tot een wereldbeeld, maar dan moet men die bevindingen in verschillende aspecten weten te vatten. Denken we aan Voltaire en aan Emilie de Chatelet, dan lijkt me de benadering van Philip van Loocke bijzonder interessant, omdat duidelijk wordt hoe nadenken over wiskundige formules en nadenken over de bijbel niet per se tegengestelde activiteiten zijn. Overigens, uiteindelijk is de bijbel een boek naast vele andere, iets wat in de middeleeuwen mogelijk is geworden.
Voor het overige wacht ik nog even af met m'n visie, maar die komt op m'n log, natuurlijk. Wel een goede introductie.


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:33
   

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie