Televisie, cultuur en een boekenprogramma

In de blog: Philalethes reacties: 6 pdf print

Nog een maand wachten, en dan kunnen we op de vpro weer genieten van het schitterende Zomergasten. Concept: één gastheer (of vrouw), één gast die enkele van zijn favoriete tv-fragmenten selecteert en bespreekt, en dit drie uur lang. Veel staat of valt natuurlijk met de presentator en de gast. Als één van beiden het laat afweten, dan worden het wel drie lange uren. De voorbije twee jaar konden we niet klagen: nadat Connie Palmen een keertje de presentatie op zich had genomen en het vooral de kleur van haar jasje was dat bleef hangen (waarbij je hoopte dat het zich niet definitief in je netvlies gebrand had), kregen we de vorige twee jaren Joris Luyendijk als presentator. Voorheen was deze man mij onbekend, maar algauw kon ik zijn interviewstijl ten zeerste waarderen: zeer beleefd probeerde hij zijn gast nooit te behagen noch te bruuskeren, maar probeerde hij altijd te komen tot iets wat je _oprechtheid _kunt noemen. Allemaal leven we wel met bepaalde ideeën die niet altijd even goed doordacht zijn, en het waren die opvattingen waar Luyendijk dan dieper op in ging tot zijn gast met de rug tegen de muur stond. Maar nooit gaf Luyendijk de finale trap die zijn gast door die muur heen kon blazen. Het leek wel alsof hij wou zeggen: "Kijk, hier staan we dan, op een finaal punt waar we niet meer uitkomen. We kunnen nog uren discussiëren, maar hier helpt wellicht geen argument meer. Wat zijn wij mensen toch vreemde wezens." En als kijker zit je dit debat gefascineerd te volgen vanuit je luie zetel, waarbij je aan de ene kant heel veel plezier schept in de benarde situatie van de gast, maar waarbij je tegelijk het gevoel krijgt dat jij dat had kunnen zijn. Want je beseft maar al te zeer dat men ook jou zo de pieren uit de neus zou kunnen vragen dat je op een punt aankomt dat je zegt 'tja, eigenlijk weet ik het vanaf hier ook niet meer zo goed'. En ik denk dat iedereen op zo'n punt de interviewer heel dankbaar zou zijn indien hij de genadeslag achterwege laat. Exemplarisch was het debat tussen Luyendijk en Leon de Winter in 2006: de Winter schreef enkele artikels en columns over de kwestie Israël-Palestina, en nu wil het toeval dat ook Luyendijk als ex- Midden-Oosten-correspondent heel erg in deze materie thuis is. Meer zelfs: wie de voordracht leest die Luyendijk hield ter ere van de Sander Thoenes- lezing, krijgt een beeld van een journalist die zichzelf en zijn eigen beroep grondig geanalyseerd heeft. In deze lezing komt hij tot de conclusie dat het quasi onmogelijk is om een grondig beeld van de situatie te schetsen. Er zijn allerlei beperkingen waardoor een correspondent nooit maar dan ook nooit zijn onderwerp adequaat tot uitdrukking kan brengen, hoe hard hij dat ook zou willen. Luyendijk besluit dan ook als volgt: "Het is niet anders, en de enige weg vooruit lijkt mij dat journalisten veel eerlijker moeten vertellen binnen wat voor beperkingen ze werken. Anders gezegd: zoals politici niet moeten beloven dat de samenleving helemaal maakbaar is, zo moeten nieuwsorganisaties niet beloven of impliceren dat de wereld helemaal kenbaar is." Sommigen beweren zelfs dat het deze onmogelijkheid is die Luyendijk ertoe aanzette om zijn werk als correspondent neer te leggen. En dan zit deze Luyendijk tegenover Leon de Winter, die lekker van thuis uit zijn mening over die hele Midden-Oosten-kwestie neerschrijft. De gevolgen waren er dan ook naar: een geanimeerd debat tussen twee personen die hun standpunt probeerden te verdedigen. Luyendijk die het niet eens mogelijk acht om een juist beeld te schetsen als je in het Midden-Oosten geweest bent, laat staan als je er niet geweest bent, tegenover de Winter die zich hiertegen probeerde te verweren, best wel goede argumenten opdiepte, maar toch niet kon antwoorden op die ene vraag: "Hoe kun je doen alsof je hier _de _werkelijkheid presenteert?" - Een vraag die eigenlijk op iedereen die schrijft, schildert, fotografeert, wetenschap beoefent,... van toepassing is. Na drie uur zakten gast en gastheer dan ook uitgeput wat dieper in hun stoel weg, volledig uitgeblust door de geestelijke uitputtingsslag die ze achter de rug hadden. Zelfs als kijker was dit vermoeiend, en je wilt je op zo'n moment niet inbeelden hoe de gesprekspartners zich bijgevolg moeten voelen. Maar kijk: dit leverde iets op. Dit was televisie! Hier wil je je zondagavond wel eens aan opofferen! Ik kan alleen maar besluiten dat dit soort gastheren een zegen voor de televisie zijn: je hoeft je gast niet te behagen of te bruuskeren, maar je moet met alle respect voor elkaars eigenheid een eerlijke confrontatie durven aan te gaan. Daarnaast heb je natuurlijk ook tijd nodig: indien dit programma tien minuten duurde, dan waren Luyendijk en de Winter nooit zo ver geraakt in hun duel. Na verloop van tijd blijkt ook in welke mate de gast bereidt is om zich bloot te geven, want ook dit is een absolute vereiste. Er zijn genoeg mensen die in één minuut wel even op een badinerend toontje leuk uit de hoek kunnen komen, met de vereiste one-liner van dienst, maar pas na verloop van tijd blijkt in welke mate zij zich al dan niet uitdrukken in clichés. Men kan immers niet een half uur lang in slogans spreken zonder door de mand te vallen. In die zin wil ik toch even verwijzen naar de voordracht die Pierre Bourdieu reeds in 1996 over televisie hield. Daarin toont hij onder meer aan in welke mate het medium televisie zeer selectief is in de keuze van haar gasten. Televisie houdt immers van snelheid, en prefereert dan ook mensen die 'snel kunnen denken'. Maar:

We moeten ons dan ook afvragen hoe deze denkers in staat zijn om aan die speciale voorwaarden te voldoen, hoe zij erin slagen om te denken onder omstandigheden waaronder niemand meer kan denken. Het antwoord luidt naar mijn idee dat ze 'pasklare ideeën' denken. De 'pasklare ideeën' [idées reçues] waar Flaubert het over heeft, zijn ideeën die iedereen passen, die gemeengoed zijn, banale, conventionele ideeën; maar het zijn ook ideeën die altijd passen omdat ze aangepast zijn aan de verwachtingen van de ontvanger, zodat het probleem van hun receptie niet aan de orde is. Of het nu gaat om een toespraak, een boek of een televisieboodschap, het voornaamste communicatieprobleem is altijd of er aan de receptievoorwaarden van de communicatie is voldaan - beschikt degene die naar mij luistert over de code waarmee hij wat ik zeg kan decoderen? Wanneer je een 'pasklaar idee' formuleert, dan is die vraag in één klap van de baan; het probleem is opgelost. De communicatie komt ogenblikkelijk tot stand, in zekere zin omdat zij helemaal niet tot stand komt. Of alleen schijnbaar tot stand komt. Het uitwisselen van gemeenplaatsen is een communicatie zonder andere inhoud dan het feit van de communicatie zelf. De 'gemeenplaatsen' die in alledaagse gesprekken zo'n enorme rol spelen hebben de eigenschap dat iedereen ze begrijpt en dat ze onmiddellijk 'passen': doordat ze alledaags zijn worden ze gedeeld door wie ze uit en door wie ze ontvangt. Denken is daarentegen per definitie subversief: het moet beginnen met het onklaar maken van pasklare ideeën, en daarna moet het steunen op een overtuigende bewijsvoering. Wanneer Descartes het heeft over bewijsvoering [démonstration], dan heeft hij het over lange ketens van afleidingen. Zoiets vergt tijd, je moet een reeks uitspraken ontvouwen die gekoppeld zijn door woorden als 'dus', 'bijgevolg', 'echter', 'gegeven dat'... Welnu, die ontplooiing van het denkende _denken is intrinsiek aan tijd gebonden. De televisie geeft kortom voorrang aan _fast thinkers die culturele fast food te bieden hebben, voorgekauwd, voor- gedacht cultureel voedsel. (Bourdieu, Pierre. Over televisie. Vertaald door Rokus Hofstede. Amsterdam : Boom, 1998.)

Een beetje een lang uitgevallen citaat waarbij ik wellicht niet de enige ben die ineens aan Rik Torfs moet denken, maar ik denk dat Bourdieu hier wel iets cruciaals verwoordt: denken kost tijd, en het medium televisie is allesbehalve geduldig. Ik heb ook niet de indruk dat dit er steeds beter op wordt, integendeel. Op televisie krijg je tegenwoordig nog zeventien seconden om iets te zeggen. Er is een tijd geweest dat men toen nog aan het nadenken was. Maar, zo zeggen de eeuwige vooruitgangsoptimisten, was dat dan zoveel beter? Willen we echt terug naar die tijd? Je moet nog maar eens kijken naar die oude televisieprogramma's, _krijg je dan te horen, _dan valt het je wel op hoe saai dat wel niet was! Ik geef toe dat ik de meerderheid van onze televisieverschijningen inderdaad niet graag al te lang bezig hoor. Maar misschien komt dat wel net omdat zij van die pasklare antwoorden geven waarover Bourdieu het heeft. Ik zag vorig jaar (niet toevallig in het programma 'Zomergasten') een fragment uit 'De schoonheid en de troost', waar Wim Kayzer de schrijver Coetzee probeerde te interviewen. Proberen _is hier geen slechte woordkeuze: wat Kayzer ook vroeg, er volgde een lange stilte waarin Coetzee zijn gedachten bij elkaar probeerde te rapen, om te besluiten met een weldoordacht: 'Dat is een zeer interessante vraag, daar moet ik nog eens goed over nadenken.' Door wanhoop gedreven vroeg Kayzer uiteindelijk maar of Coetzee dan iets uit eigen werk wou voorlezen... Is dit interessante televisie? Het is in elk geval _eerlijke televisie, die bovendien aanzet om zelf mee te denken. Het maakt indruk, in tegenstelling tot de gewoonlijke 'vlotte babbels' waarmee het televisiescherm gevuld worden. We zien voor ons een man die niet probeert de kijker te behagen, maar eerlijk wil aangeven waar zijn grenzen van het denken liggen. Welnu, ik zou willen dat iemand dit alles eens ging uitleggen aan de VRT-bonzen, waar ze echter nog altijd in de overtuiging leven dat je de kijker niet al te veel voor het hoofd mag stoten. Nee, liever hebben ze daar de zogenaamde fast thinkers die met een grap en een grol door het leven struinen, en in de overtuiging leven dat ze die arme sukkelaars die na een dag vol labeur toch al niet meer al te veel aankunnen toch weer even een moment van verlichting gebracht hebben. Toegegeven, een programma als Lux XL op Canvas was een stap in de goede richting en deed sterk denken aan het concept van 'Zomergasten', maar het had stukken interessanter kunnen zijn indien men dit programma meer tijd gegeven had. Nu moest er toch nog iets te snel doorheen de gekozen fragmenten gegrasduind worden waardoor het échte gesprek meestal achterwege bleef. En kijk, daar leefde onlangs de discussie over een boekenprogramma weer op. Het was Jozef Deleu, lid van de raad van bestuur van de openbare omroep, die de kat de bel aanbond. Genoeg is genoeg, zo zei hij, het wordt tijd dat de VRT zich even niets aantrekt van de kijkcijfers en een kwaliteitsvol boekenprogramma maakt. Ook al kijken er maar 100.000 mensen naar, dan zijn dit nog altijd een paar volle voetbalstadions en dus wel degelijk de moeite waard. Bij de VRT schrokken ze zich een hoedje en besloten ze dus maar te zwijgen. U moet namelijk weten dat er wel degelijk een boekenprogramma in de maak was, maar dit was blijkbaar al een paar keer fout afgelopen. Zo stapte het cultuurhuis deBuren reeds uit het project, en verklaarde Dorian Van der Brempt (directeur van deBuren) hierover het volgende: "Ik vind dat de VRT te vaak hun kijkers en luisteraars onderschat. Het is niet omdat we het over iets ernstigs willen hebben dat het daarom saai is. Bij de VRT moet alles snel en flitsend zijn, terwijl een boekenprogramma volgens ons soms ook traag mag zijn." (Bron: De Morgen, 16/06/2008, p.7) Deleu bond dus de kat de bel aan en pleitte terug voor 'volksverheffing', maar de VRT-directie besloot bij wijze van antwoord haar kat (al dan niet met bel) naar de studio van Ter Zake te sturen. (De uitzending kunt u hier voorlopig nog bekijken.) Daar hadden ze dan maar Oscar van den Boogaard uitgenodigd, die eerder afgeschreven was als mogelijke presentator van het boekenprogramma. Met verve betoogde deze dat zo'n boekenprogramma best wel 'elitair' mag zijn, en toen presentatrice Lisbeth Imbo vroeg voor wie dit programma dan wel gemaakt moet worden, (waarbij ze natuurlijk hoopte op een antwoord als 'voor de boekenlezer', waarop zij dan weer de pasklare vraag kon stellen 'of die mensen wel televisie kijken'), antwoordde van den Boogaard gelukkig 'voor iedereen die een televisie heeft'. Tja, voor wie anders natuurlijk? Deze week mengde ook Joël De Ceulaer zich in het debat. De Ceulaer kent u wellicht nog wel van die ene keer dat hij in de Zevende Dag was uitgenodigd om als 'objectieve toeschouwer' het debat tussen Dyab Abou Jahjah en Filip Dewinter te beoordelen. Dat was in de tijd dat Jahjah nog niet zo bekend (en verguisd) was en nog aanzien werd als een frisse, prominente vertegenwoordiger van de allochtone gemeenschap. De Ceulaer volgde het debat ongetwijfeld aandachtig, en sprak op autoritaire toon 'dat Jahjah uiteraard gewonnen had, maar dat zulks helemaal niet moeilijk is: zelfs met de handen op de rug gebonden wint om het even wie elk debat van Filip Dewinter nog met de vingers in de neusgaten'. Zoiets dus. Daar had De Ceulaer op voorhand vast goed over nagedacht: hoe kan ik hier snel even Filip Dewinter in zijn hemd zetten, om zo het VB terug te dringen en de redder van het vaderland te worden? Dat Dewinter vervolgens recht zou springen om hem te trakteren op een scheldtirade alvorens kwaad de studio uit te benen, daar was Joël zich niet op bedacht geweest. Hij keek dan ook als een angstig konijntje in een lichtbak, waarbij hij zich zichtbaar zat af te vragen hoe hij nu weer in deze vervelende situatie verzeild was geraakt. Later zou hij aan de toog ongetwijfeld met plezier herinneringen ophalen aan die ene keer dat hij Dewinter tegen de schenen geschopt had, hierbij verdringend dat Dewinter ongetwijfeld weer wat sympathie gewonnen had bij enkele kijkers, zeker bij diegenen die alles even kort in het avondjournaal te zien kregen. Want dat is nu eenmaal de manier waarop die man stemmen haalt. Enfin, ook deze redder des vaderlands besloot deze week in de Knack even zijn steentje bij te dragen aan het debat over het boekenprogramma, en dit middels een brief gericht aan Jozef Deleu. En kijk, daar wijst hij Deleu behulpzaam op een 'denkfoutje' in zijn betoog:

Om aan volksverheffing te doen heeft men, dat zult u met mij eens zijn, volk nodig. Volk bestaat uit mensen. Mensen die naar de televisie kijken, noemt men kijkers. En de hoeveelheid kijkers drukt men uit in kijkcijfers. Aan volksverheffing willen doen zonder een minimale hoeveelheid kijkers, is zoiets als rijk willen worden zonder een minimale hoeveelheid geld.

Wel, laat mij dan ook maar even op vriendelijke wijze De Ceulaer op een _denkfoutje _in zijn betoog wijzen: ondanks zijn leuk gevonden vergelijking (Rijk willen worden zonder een minimale hoeveelheid geld! Wat grappig zeg!), mist hij het punt. Deleu zei niet dat hij géén kijkers wil, hij vertrekt namelijk van de veronderstelling dat er een aantal mensen zijn die wél geïnteresseerd zijn in een kwaliteitsvol boekenprogramma. Zo'n 100.000. Een paar voetbalstadions vol. Tenzij De Ceulaer nu wil beweren dat er in ons landje geen enkele geletterde hond rondloopt, lijkt mij dat een redelijke aanname. Eenmaal zo'n programma tijd krijgt om te groeien, is het mogelijk dat ook de minder geïnteresseerden weleens blijven hangen als ze aan het zappen zijn. En zo weleens geboeid kunnen worden. En de volgende keer misschien iets bewuster afstemmen. Een grote kijkcijferhit zal het wellicht nooit worden, maar zo ken ik nog wel programma's. Vervolgens maakt De Ceulaer zowaar _nog _een denkfoutje: ondanks het feit dat Deleu nooit een uitspraak heeft gedaan over hoe dit boekenprogramma er zou moeten uitzien, veronderstelt De Ceulaer blijkbaar dat het een programma wordt met "een kransje schrijvers dat per se een eigen programma wil, zodat niet alleen de productie maar ook de promotie van hun boekjes voortaan met belastinggeld kan worden bekostigd". En daar zit Joël natuurlijk niet op te wachten . Ik ook niet trouwens, maar daarom zou ik zo'n boekenprogramma nog niet meteen afschrijven. Ik kan nog wel een paar andere opties bedenken dan een programma waar onze Vlaamse schrijvers even hun gezicht komen laten zien, een paar leuke anecdotes vertellen, en waar je achterblijft met hetzelfde lege gevoel dat te vergelijken valt met het hongergevoel dat je overvalt na een bezoek aan een vegetarisch restaurant. Maar blijkbaar kan De Ceulaer maar één mogelijkheid bedenken, dit schuift hij vervolgens in de schoenen van zijn opponent, en daar valt hij hem dan op aan. Zo is het natuurlijk gemakkelijk. Maar zich één denkfout inbeelden, en er vervolgens zelf twee maken, dat is natuurlijk niet genoeg voor De Ceulaer: hij presteert het zowaar nog een _denkfoutje _te vinden, nu bij Oscar van den Boogaard. Eerst moet de opponent echter wat in discrediet gebracht worden, een zeer eenvoudige tactiek waarmee vlotjes te scoren valt. (En ik kan het weten, want ik pas ze ook toe in dit artikel). Oscar van den Boogaard, zo schrijft onze Joël, dat is die jongen "die als presentator van een boekenprogramma werd gewogen en te licht bevonden". Eigenlijk klopt dat niet. Van den Boogaard werd eerder te zwaar, want te elitair bevonden. Laat dat echter de pret niet drukken, en laten we eens de denkfout onderzoeken die De Ceulaer bij hem gevonden meent te hebben. Maar laat ons voor alle duidelijkheid nog eens lezen wat van den Boogaard precies beweerde:

Praten over literatuur is belangrijk. Schrijvers zijn gevoelige mensen. Die denken na over de binnenkant van zichzelf, over de wereld. Het is goed om het publiek te laten zien dat er intelligente mensen bestaan die kunnen praten over dingen waar ze mee bezig zijn. Daar kun je wat van leren.

De Ceulaer reageert hier als volgt op: (de aanspreking is gericht aan Deleu)

Aan zijn grote boekenprogrammaverlangen ligt een overtuiging ten grondslag die u volgens mij ook koestert: u gaat er allebei van uit dat schrijvers over een soort zesde zintuig beschikken. Dat zij, door heel diep na te denken over de binnenkant van zichzelf en de buitenkant van de wereld, beter dan andere stervelingen in staat zijn om de werkelijkheid te doorgronden en de tekenen des tijds te ontcijferen. En dat is onzin. Met dat beeld van de schrijver als intellectuele waarzegger kon je misschien in de negentiende eeuw nog onder de mensen komen, maar vandaag slaat het nergens meer op. Wil men de mens, de werkelijkheid en de tijdgeest doorgronden? Men wende zich tot wetenschappers, filosofen, historici, economen enzovoort - maar niet, of toch niet uitsluitend, tot schrijvers. En zeker niet tot Vlaamse schrijvers, op een handvol uitzonderingen na.

Nu lees ik nog eens na wat van den Boogaard verklaard heeft, en daarin lees ik niets over intellectuele waarzeggerij. Het enige wat ik daarin lees, is dat schrijvers weleens nadenken over het leven. En dat het goed is als zij anderen ertoe kunnen aanzetten om dat ook eens te doen. Ik lees daar ook niet dat schrijvers hierover meer te zeggen zouden hebben dan wetenschappers, filosofen, historici of economen. Ik ben zeker dat van den Boogaard er niets tegen zou hebben als ook zij de tijd zouden krijgen om over hun bevindingen te spreken. Je kunt ze zelfs allemaal rond één tafel zetten voor een uurtje of twee: dat levert vast interessante invalshoeken op. Waar zit die denkfout nu? De Ceulaer, daarentegen, presteert het wel om eerst te doen alsof schrijvers de minst interessante mensen ter wereld zijn, waarbij hij plots lijkt te beseffen dat hij misschien wel iets te ver gaat en dan ook wat terugkrabbelt: 'Men wende zich (...) niet, of toch niet uitsluitend, tot schrijvers.' Eerst is de schrijver dus een intellectuele nietsnut waar men zich maar beter gauw van afkeert, vervolgens blijkt hij toch wel weer wat in het rijtje van 'interessante mensen' te passen. Maar niet allemaal natuurlijk, laat dat duidelijk zijn!! Tja. Alsof elke wetenschapper, filosoof, historicus of econoom even interessant is. Joël De Ceulaer, licentiaat filosofie, is blijkbaar zélf het sprekende voorbeeld. De conclusie is dan ook snel gemaakt:

Begrijp mij niet verkeerd, mijnheer Deleu. Ik zal de eerste zijn om te pleiten voor inhoud op tv. Programma's die ergens over gaan? Graag. Met intellectuelen die ergens over praten? Laat maar komen. Maar hou alstublieft op met dat deerniswekkende pleidooi voor een boekenprogramma. Geloof me, dat wordt niks. Er zal vooral kostbare leestijd aan verloren gaan.

En op deze manier heeft Joël De Ceulaer nog maar eens met zijn handen op de rug gebonden en zijn vingers in de neusgaten een moeilijke discussie afgerond. Laat dat standbeeld maar aanrukken. Maar nu even serieus. Zo'n boekenprogramma biedt zeker interessante opties. Ook ik zie liever niet onze Vlaamse schrijversgilde in z'n geheel aanrukken, maar wie zegt dat dit programma alleen over boeken van Vlaamse en Nederlandse schrijvers moet gaan? In de bibliotheekschappen liggen talloze werelden uitgestald, daar valt toch wel genoeg materiaal uit te halen voor zo'n 500 seizoenen? En wie zegt dat er alleen schrijvers in een boekenprogramma mogen zitten? Er moeten toch wel genoeg interessante mensen in Vlaanderen en Nederland te vinden zijn die hieraan willen meewerken? Laat ons even iets verder zoeken dan de gebruikelijke _fast thinkers _die opdraven om de avond te vullen, en laat deze mensen gewoon over boeken spreken. Schrijvers, wetenschappers, filosofen, historici, economen, psychologen, academici van diverse pluimage: als ze iets over boeken kunnen vertellen, zijn ze welkom. En laat ze het elkaar lastig maken: laat ze, vertrekkend vanuit een boek, discussiëren tot het punt waar ze twijfelen aan zichzelf en aan de wereld. Laat ze tonen hoe subversief het denken kan zijn. Er wordt in elk geval in alle stilte aan verder gewerkt, zo meldt de VRT. Wat het resultaat zal zijn, valt nog af te wachten. Laat ons in elk geval hopen dat men de moed vindt om de kwaliteit voorop te stellen. Misschien dat ook Joël De Ceulaer er nog iets kan van opsteken.


Tags
geen tags

Reacties (6)

Wat een verhelderende analyse van de hele discussie rond het boekenprogramma! Bravo! Ik ben werkelijk blij dat je mijn verwarring hebt opgehelderd. Eindelijk nog eens de hoop om goede tv te zien voor mensen die zich eens een kritische zelfbeschouwing willen aanmeten, en tegelijkertijd een eigenzinnig signaal dat een verademing zal zijn voor velen.


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
   

"Schrijvers, wetenschappers, filosofen, historici, economen, psychologen, academici van diverse pluimage: als ze iets over boeken kunnen vertellen, zijn ze welkom."

Het zouden zélfs misschien mensen uit de niet-academische wereld.... kunnen zijn. (of maak ik ook een denkfoutje? :) Nu ja... )


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
   

Natuurlijk kan dat! Ze zijn wellicht moeilijker op te sporen, maar als men ze vindt: waarom ook niet....

(Overigens zijn 'schrijvers' niet per definitie academici, dus op die manier zijn ze al wat vertegenwoordigd :) )


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
   

Ik ben tegenwoordig grote fan van de TED Talks. Dat zijn een reeks lezingen die (jaarlijks? maandelijks?) gehouden worden, onder meer met sponsoring van IBM. Sprekers op zo'n lezing zijn filosofen als Daniel Dennett, wetenschappers van CERN of de befaamde Nicholas Negroponte, en verder ook kunstenaars en schrijvers (bv. Isabel Allende), en een aantal gevallen tussenin. Altijd is er wel een duidelijke boodschap (of zijn er boodschappen) te vinden in zo'n lezing.

Ik kan me goed voorstellen dat iets dergelijks ook mogelijk is in België. Noem het een intellectuele Zevende Dag. Het gaat er niet over politiek of met politici, maar het gaat er over onderwerpen waarover je nadenkt. De meeste sprekers zullen dan inderdaad mensen zijn die boeken schrijven. Maar, lijkt het me, het is een beter idee als die mensen dan werken met iets visueels, zoals op de TED Talks, zoals een Powerpoint-presentatie.

Nu weet ik dat schrijvers ed niet erg tuk zijn op Powerpoint en dergelijke. Pas heb ik een TED lezing gezien van een theatermaakster, die hetzelfde probleem had. Gevolg: haar Powerpoint-presentatie stelt niets voor, en is eigenlijk gewoon een opsomming van de stukken die ze gemaakt heeft en wou tonen. Verder geeft ze gewoon mondeling een uitleg over haar werk. Dat werkt, wat mij betreft, ook.

Het werkt in elk geval stuk-ken beter dan een panelgesprek over literatuur. Panelgesprekken over kunst blijken me eigenlijk steevast te ergeren, er klopt iets niet in het model. Ofwel geef je iemand in een gesprek de volle aandacht: interviews, zoals De Kayser (sp?) dat inderdaad goed doet. Ofwel ga je gewoon niet in gesprek, maar werk je met presentatie, en daarna vraag en antwoord. Het tweede is volstrekt nog niet gebeurd in België, en me dunkt dat daar verandering in mag komen.


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
   

In principe genieten interviews mijn voorkeur, maar ik meen toch dat ook panelgesprekken ergens kunnen toe leiden.. ik heb het indertijd helaas amper gezien, maar als prototype wordt hiervoor altijd verwezen naar 'Zeeman met boeken', waar je altijd een panel had dat dan enkele boeken besprak. (Maar ik denk dat dit sinds 2002 niet meer bestaat.)
Wat ik moet denken van een (powerpoint-)presentatie weet ik eigenlijk niet... nog nooit meegemaakt dat hiermee over 'literatuur' gesproken werd.. misschien werkt het wel hoor, geen idee.. maar persoonlijk hou ik dus nogal van een echte confrontatie, waarbij twee mensen het elkaar echt moeilijk maken, omdat ze ergens werkelijk fundamenteel van mening verschillen, en alle tijd krijgen om dit uit te diepen.


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
   

De Ceulaer had met zijn sporadische optredens als interviewende huppeldepup-met-het-olijke-staartje in Spraakmakers wellicht meer dan één miljoen kijkers... Geef die man een eigen wetenschapspopulariseringsprogramma - in prime time- en snel een beetje! En, maar dat is een persoonlijke suggestie, liefst in copresentatie met Geena Lisa

Overigens toch een beetje pijnlijk dat hij in een column - die dingen worden toch GESCHREVEN, nietwaar? - moet fulmineren tegen, jawel: schrijvers. Zelf een column schrijvend mag hij wél een analyse maken van de schrijver en het schrijverschap - al weet hij ons enkel via de beste negatieve theologie te vertellen wat schrijvers niét kunnen: analyses maken van mens en wereld. Dus wat schrijvers niet kunnen in vuistdikke boeken, kan onze pony-columnist wél in een column?!

Speelt daar op de achtergrond misschien een zweem van jaloezie mee?

Nochtans: mocht zo'n boekenprogramma er uiteindelijk komen: wedden dat we er binnen de kortste keren De Ceulaer in aantreffen, trots zijn zopas gebundelde columns voorstellend?

Pfft,ik heb genoeg gehad van het 'intellectuele' debat hier ten lande: ik emigreer, naar de Provence. Je kunt er zelfs naar een boekenprogramma kijken!

Salut!


---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
   

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie