Fernando Pessoa - Boek der rusteloosheid
Enige tijd geleden ontdekte ik het Boek der rusteloosheid,
geschreven door Pessoa's alter ego Bernardo Soares. Niet alleen is dit
literatuur van de bovenste plank, het is, zoals alle goede literatuur
eigenlijk, ook een sterk filosofisch staaltje. Voor de romantici onder ons: ik
ben natuurlijk niet de eerste die het Boek der rusteloosheid _ontdekte. Na
Pessoa's dood vond men op zijn kamer een kist met duizenden papieren in. Die
papieren bevatten, naast nog zo'n 25 andere heteroniemen van Pessoa, ook de
dagboekfragmenten van het alter ego _Bernardo Soares, een hulpboekhouder in
Lissabon. Deze Soares wordt vooral gekweld door zichzelf. Hij weigert te
handelen en trekt zich terug in een soort 'esthetische levenshouding'. De
werkelijkheid kan hij niet vertrouwen, zelfs op zijn eigen bewustzijn kan hij
zich niet verlaten. De droom blijkt reëler te zijn dan de werkelijkheid, en
daar vlucht hij dan ook in weg. Op het einde van mijn exemplaar van het _Boek
der rusteloosheid _zijn enkele fragmenten opgenomen waarin Pessoa zich uitlaat
over zijn werk, en daar verwoordt hij het zo:
Mijn gewaarwordingen zijn voor mij de enige realiteit. Ik ben een gewaarwording van mijzelf. Ik ben dus niet eens zeker van mijn eigen bestaan. Alleen van de gewaarwordingen die ik de mijne noem, kan ik zeker zijn. De waarheid? Is dat iets uiterlijks? Ik kan er niet zeker van zijn, want de waarheid is geen gewaarwording van mij en alleen daarvan ben ik zeker.(p.615-616)
Wat is de gewaarwording? Wat is waarheid? Wat ben ik? - Dit zijn de vragen waarop Pessoa een antwoord probeert te formuleren, maar zover komt hij nooit. Het is een verbazing over het eigen bestaan, een verbazing over de zekerheden die anderen lijken te hebben. Pessoa bouwt geen theorie op, maar cirkelt rond de eigen vervreemding. En kijkt met open mond naar de verschijning die hij zelf is, die zijn naasten zijn, die de wolken zijn. Net zoals Heidegger de 'vraag naar het zijn' centraal stelt, of zoals Kant en Schopenhauer zich verbaasden over de werkelijkheid die uit het niets lijkt te komen, stelt Pessoa zich tegenover de wereld, kijkt in de afgrond van het zijn, en in deze beweging verstart hij. Wat moet hij toch met die hele werkelijkheid aanvangen, waarvoor hij zelf verantwoordelijk lijkt te zijn. Immers:
Ik ben ouder dan de tijd en de ruimte, want ik ben bewust. De dingen komen voort uit mij; de hele natuur is de eerstgeborene van mijn gewaarwording. (p.242)
Pessoa vraagt zich af hoe hij nog tot handelen kan komen als zoveel gewaarwordingen zich aan hem opdringen. Wat is waarheid? Hoe kunnen we ons leven rationeel inrichten als we slechts schimmen van ons eigen poppentheater zijn? Bij Pessoa worden de zware levensvragen een ballast die hem verhinderen daadkrachtig door het leven te stappen:
Er bestaat een abstracte geestelijke vermoeidheid en dat is de ergste van allemaal. Ze weegt niet zo zwaar als lichamelijke vermoeidheid en verontrust niet zozeer als emotionele vermoeidheid. Het is de last van het besef van de wereld, en niet-kunnen-ademen met de ziel.(p.55)
Maar waarom zou hij ook moeite doen? Hij kijkt rond zich, in het kleine universum van een hulpboekhouder te Lissabon, en ziet allerlei mensen die leven zonder zich bewust te zijn van de betekenis hiervan. Zijn visie op deze mensen (de veel-te-velen, zoals Nietzsche ze noemde) is doordrongen van dualiteit: enerzijds voelt hij afkeer voor hen (p.337: "Het geluk van al die mensen die niet weten dat ze ongelukkig zijn, irriteert mij."), anderzijds benijdt hij hun positie (p.211: "Hoe hard het leven ook is voor de gewone man, hij heeft tenminste het geluk dat hij er niet over hoeft na te denken."). Het _Boek de rusteloosheid _kan bijgevolg gelezen worden als een kritiek op de Verlichting, op het rationalisme, dat meende dat eenmaal men zich van het naïeve geloof ontdaan had, men zijn leven op weldoordachte wijze kon inrichten. Reeds in de eerste zin zien we Pessoa dit idee al aanvallen:
Ik ben geboren in een tijd dat de meeste jongeren het geloof in God hadden verloren, om dezelfde reden als de ouderen het hadden gehad - zonder te weten waarom. En daar de menselijke geest er van nature toe neigt kritiek uit te oefenen omdat hij voelt en niet omdat hij denkt, koos de meerderheid van die jongeren vervolgens de Mensheid als surrogaat van God. (p.13)
Met de zogenaamde rationaliteit moet Pessoa dus eens schamper lachen. Hoezo, wij zouden de waarheid leren kennen? Welke waarheid? Waarheen voert deze weg van het rationalisme ons? Hebben wij 'het leven' dan overwonnen? Hebben wij de menselijke beperkingen van de baan geveegd? Zijn wij dan zoveel meer dan het dier?
Van zijn geboorte tot zijn dood leeft de mens als slaaf van dezelfde uiterlijkheid als de dieren hebben. Zijn leven lang leeft hij niet, maar vegeteert hij op een hoger niveau en ingewikkelder. Hij laat zich leiden door normen waarvan hij noch weet dat ze bestaan, noch dat hij zich erdoor laat leiden, en zijn ideeën, gevoelens en daden zijn allemaal onbewust - niet omdat het bewustzijn eraan ontbreekt, maar omdat ze geen dubbel bewustzijn hebben.(p.171)
En misschien is dat zelfs zijn geluk:
Het leven zou onverdraaglijk zijn als we ons er bewust van waren. Gelukkig zijn we dan niet. We leven even onbewust, onbenullig en zinloos als dieren, en ons besef van de dood, dat zij vermoedelijk niet hebben, ook al weten we dat niet zeker, wordt zo vaak vergeten, verdrongen en aan de kant geschoven dat we nauwelijks kunnen zeggen dat we denken aan die dood. (p.425)
Niet dat Pessoa de menselijke verworvenheden wil ontkennen of negeren, hij vindt alleen dat ze niets betekenen. Onze zogenaamde rationaliteit dient nog steeds slechts één iets, en dat is de zelf-verwerkelijking. Waarom we dat _zouden willen, daar hebben we geen antwoord op. Pessoa doet hier uiteraard denken aan Schopenhauers 'wil tot leven' en Nietzsches 'wil tot macht': ons bewustzijn omhelst misschien wel een hoger niveau dan dat van de dieren, maar is niet gericht op het ontdekken van waarheid, integendeel. Ons bewustzijn dient onze wil, het is hier 'alleen maar' een bijzonder instrument van. We kunnen er misschien wel bewondering voor opbrengen, maar niet meer dan we de ingenieuze bouwconstructie van een vogelnestje kunnen waarderen. Want ondanks al onze pogingen om als rationele wezens te leven, dienen we diezelfde wil, en die bepaalt alleen _dat we willen leven. Maar het spreekt voor zich dat deze _dwaasheid _ (het achterna huppelen van de wil) best wel op magnifieke wijze kan volbracht worden: "Er is maar één ding dat me meer verbaast dan de domheid waarmee de meeste mensen hun leven leven: de intelligentie die in die domheid schuilt." (p.194) Aangezien het leven een 'onbewust leven' is, ondanks alle bewustzijn, aangezien de werkelijkheid onze eigen creatie is, dankzij alle bewustzijn, bestempt Pessoa het handelen als een dwaasheid. De realiteit stelt niets voor, is een bevlieging van onze eigen geest. Bij Nietzsche moet de mens zichzelf nog overstijgen, bij Pessoa luidt het dat wie "waarachtig wijs is (...) de mogelijkheid tot klimmen in zijn spieren draagt, en de weigering dat te doen in zijn kennis." (p.91) Omdat de werkelijkheid niet kan bekoren, ziet Pessoa maar één uitweg: de droom. Ook deze scheppen we zelf, maar zij primeert boven datgene wat we écht doen, omdat dit laatste altijd onvolmaakt moet zijn.
Werken levert nooit iets op. Inspanning leidt tot niets. Alleen onthouding is hoogstaand en edel, omdat zij inziet dat de verwezenlijking altijd inferieur is en het gemaakte werk altijd een groteske schaduw van het gedroomde werk is. (p. 316)
Pessoa kiest hier voor de esthetische levenshouding: van achter zijn muffe bureau schept het alter ego Soares duizenden nieuwe werelden, en probeert zo imuum te worden voor de werkelijkheid, die niets dan eentonige ellende met zich meebrengt. Immers, duizenden mensen proberen op verschillende manieren te ontsnappen aan de beperkingen van de realiteit, maar allen lopen zij in dezelfde val. Door voortdurend op nieuwe prikkels te jagen, leren zij alleen maar compleet ongevoelig te worden voor wat aan hen verschijnt. Door zich af te sluiten van de wereld, ontdekt Soares dat hij de dingen op deze manier pas echt kan voelen:
Wijs is hij die zijn bestaan eentonig maakt, want zo groeit ieder klein voorval uit tot een wonder. De leeuwenjager beleeft na zijn derde leeuw geen avontuur meer. (...) Een globetrotter komt na vijfduizend mijl niets nieuws meer tegen, omdat hij alleen maar nieuwe dingen tegenkomt. (p. 195)
In de drukte van het leven wordt Soares alleen maar door weerzin overvallen. Men verveelt zich niet omdat men niets te doen heeft, maar omdat men voelt dat het geen zin heeft om iets te doen. Hoe meer men te doen heeft, hoe meer weerzin. Ergo: probeer zo weinig mogelijk te doen, en verbaas je over de wereld: "Tijd verspillen heeft iets esthetisch." (p.339) Bij dit alles kijkt deze Soares dan ook niet-begrijpend naar zij die wel handelen, en vraagt zich af hoe zij toch kunnen leven zonder zich vragen te stellen over het bestaan. Zij wekken tegelijk zijn afkeer en interesse op:
Ik heb een fysieke afkeer van de gewone mensheid, de enige overigens die er is. En soms krijg ik een bevlieging om die afkeer te verdiepen, zoals men braken kan opwekken om zich te bevrijden van braakneigingen. (p.78)
Ook al "[staat] het leven [hem] tegen als een nutteloos medicijn" (p.127), Pessoa wil geen filosofisch systeem bouwen om zijn pessimisme te uiten. In tegenstelling tot bvb. Schopenhauer die wel conclusies trok uit zijn observaties, en de hele wereld als 'de slechtst mogelijke van alle werelden' beschouwde, doet Pessoa hier een stapje terug. De waarheid is hij kwijtgespeeld, en dus ook de mogelijkheid om uitspraken te doen die eeuwigheidswaarde zouden hebben. In die zin kunnen we Pessoa beschouwen als een vertegenwoordiger van de versplinterde samenleving. Het enige waarover hij zekerheid heeft, zijn zijn eigen gewaarwordingen, hoe bedriegelijk deze ook kunnen zijn. Over het bestaan wil hij dus geen absolute uitspraken doen:
Ik geloof dat het leven zowel licht als donker is. Ik ben geen pessimist. Ik vind het leven niet verschrikkelijk, ik vind mijn leven verschrikkelijk. (p.433)
Met het verdwijnen van het geloof in de waarheid is niet alleen elke zekerheid, maar ook elke troost verloren. Soares is op zichzelf teruggeworpen, in een leven van inactiviteit. De tijd dat men uit deze ideeën nog een systeem kon ontwerpen, is voorgoed teloor gegaan:
Gelukkig de makers van pessimistische systemen! Ze kennen niet allen de troost iets te hebben gedaan, maar ook het genot alles te hebben uitgelegd en deel te zijn geworden van de universele pijn. (p.148)
Maar Soares kan dan wel een pleidooi houden voor de inactiviteit, het niet- handelen, uiteindelijk ligt dit _Boek der rusteloosheid _toch maar mooi voor onze neus. Pessoa was een schrijver, een dichter, en ook zijn alter ego schrijft. En kunst gaat ongetwijfeld een stukje verder dan wat voor je uit zitten dromen. Men dient dus een daad te stellen. Een daad, bovendien, die nooit zo perfect kan zijn als wat men eerder droomde. Toch lijkt Pessoa de kunst hoger in te schatten dan om het even welke andere daad, net omdat het geen echte daad schijnt te zijn:
Waarom is kunst mooi? Omdat ze geen nut heeft. Waarom is het leven wanstaltelijk? Omdat het een en al oogmerken en bedoelingen en voornemens is. (p.354)
_Omdat _kunst nutteloos is, is ze mooi. Net omdat ze gespeend is van elk belang, overstijgt ze de wanstaltelijke 'wil', die ons steeds maar weer fictieve belangen laat achterna jagen. Pessoa voert de kunstenaar ten tonele als iemand die absoluut ongeschikt is voor het leven, maar hierdoor wel 'een dieper inzicht' verworven heeft: wie zich van zijn wil ontdoet, aanschouwt alleen maar de wereld. En in de aanschouwing schuilt de enige waarheid die mogelijk is.
Goed zichzelf kunnen bedriegen is de eerste eigenschap van een staatsman. Alleen dichters en filosofen kunnen de wereld praktisch bekijken, want alleen zij kunnen zonder illusies leven. Helder zien betekent niet-handelen. (p.302)
Uiteindelijk lijkt ook Pessoa toe te geven dat men zich niet alleen in de eigen werkelijkheid kan ophouden. Kunst is er dan wel niet op gericht om daadwerkelijk dingen te veranderen, kunst staat autonoom en dient alleen het belang van de schoonheid, maar zij kan ons wel degelijk bevrijden van onze waanideeën:
Van de fantomen van het geloof overstappen op de spookbeelden van de rede is slechts veranderen van cel. Als de kunst ons bevrijdt van vastgeroeste abstracte fetisjen, bevrijdt ze ons ook van grootmoedige ideeën en sociale bekommernis - eveneens fetisjen. (p.45-46)
Het lijkt geen positieve boodschap te zijn die Pessoa ons brengt: we worden teruggeworpen in de onzekerheid en moeten elke waarheid leren los te laten. Maar wie het bestaan zo weet te problematiseren lijkt misschien wel niet in staat te zijn om zijn wil te dienen, maar slaagt er des te beter in om zich los te rukken van de dwangbuizen van geloof of de rede, in welke maat dan ook:
Het liefst zou ik mijn geest tegenwoordig omschreven willen zien als schepper van onverschilligheden. Meer dan wat ook zie ik het als mijn levenstaak de anderen zodanig op te voeden dat ze steeds meer uit zichzelf en steeds minder volgens de dynamische wet van het collectief voelen. (p.409)
Pessoa wil geen geweten schoppen. Het bestaan is zinloos en absurd. Er is geen waarheid, alleen maar gewaarwording. De enige taak die kunst kan hebben, is de aanschouwing naar voren laten treden als het meest wonderbaarlijke. Maar wie het handelen in deze wereld opgeeft, krijgt er duizenden werelden voor in ruil. Zoals gezegd bouwt Pessoa geen systeem op, en wil hij niemand ergens van overtuigen. Hoewel er een duidelijke filosofische overtuiging waar te nemen valt, is het Boek der rusteloosheid literatuur, en zo dient men het dan ook te lezen. Er is geen argumentatie aanwezig waarop men hem kan afrekenen, het enige wat je krijgt zijn de dagboekfragmenten van een hulpboekhouder die het leven problematiseert, maar zelf geen vat krijgt op zijn eigen gedachten. Een hulpboekhouder die wat rondkuiert, overdag nauwkeurig zijn werk doet, en al uitkijkt naar de avond die hem de gelegenheid biedt volop te dromen. Een hulpboekhouder die duidelijker meer in het leven zou kunnen bereiken als we afgaan op zijn gedachten, maar volhardt in 'de weigering om te klimmen'. Over de vertaling Nog kort iets over de vertaling: ik ken geen Portugees, en de kans dat ik het ooit nog leer acht ik klein, dus ik zal wellicht nooit weten hoe Pessoa écht schrijft. Maar afgaand op de vertaling kan ik alleen maar vermoeden dat Pessoa's taalbeheersing uitstekend is. Alle waardering dus voor de vertaler (Harrie Lemmens), die zijn werk bijzonder goed moet uitgevoerd hebben. Ik kreeg toch af en toe zin om die prachtige zinnen luidop te lezen. Als ik dus ooit Portugees leer, dan is het om dit boek in de originele taal te kunnen lezen. Alle citaten zijn afkomstig uit: Pessoa, Fernando. Boek der rusteloosheid. Vertaald door Harrie Lemmens. Amsterdam : De arbeiderspers, 2005.




Reacties (3)
Ik herinner me het boek ooit gelezen te hebben in een erg vervelende vertaling. Bedankt dus voor dit bericht, want jij hebt blijkbaar een betere versie gevonden.. ;
overigens gaat pessoa met zijn oplossing de richting uit die tegengesteld is aan de mijne. Ik vind het zelf weinig een probleem dat mijn bestaan zintuiglijk is, zoals dat van dieren. En ik vind kunst fantastisch, maar allesbehalve het noodzakelijke om het leven draaglijk te maken. Kunst moet de aanschouwing naar voren brengen: maar dat kan in mijn ogen niet betekenen dat het leven in zijn ideaal aanschouwing is.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
Ik heb hier een paar dagen lopen over nadenken, want het is een probleem dat me al overviel toen ik het stuk schreef: in welke mate ga ik met Pessoa akkoord? Op het moment dat ik het 'boek der rusteloosheid' las, vond ik het zeer makkelijk om mee te gaan in de sfeer - en ook achteraf trouwens. En laat dat net de reden zijn waarom ik niet goed weet wat ik van de 'filosofische achtergrond' moet denken: het is moeilijk om objectief te blijven over iets waar je zo door meegesleept wordt. Ik denk dus dat ik er momenteel niet goed kan op antwoorden. Alleen vind ik dat er wel iets voor te zeggen valt: je terugtrekken uit de wereld van de activiteit, en alleen nog observeren. Je geeft het genot van 'het actieve leven' op, maar in ruil krijg je er een helder zicht op. Op zo'n moment moet ik altijd denken aan het 'tweekamerstelsel' dat Safranski in zijn biografie over Nietzsche beschrijft, waarbij de kunst het vuur aanwakkert, en de wetenschap voor de nodige afkoeling zorgt. Niet dit verschil 'kunst-wetenschap' is hier van toepassing, maar de wisselwerking: misschien moet je je af en toe terugtrekken uit het actieve leven, om het in alle rust te aanschouwen.
Ik weet weinig over Pessoa, maar volgens mij wist hij zelf ook wel dat hij iets moois aan het maken was - maar hoorde het bij de rol van dit alter ego om te doen alsof dit niet zo was.
Ben ik het eens met Pessoa? Ja en nee. Wat hij beschrijft vind ik fantastisch. Maar ik denk niet dat je zo voor de volle honderd procent kunt leven. Af en toe wil je toch weer uit dat beschouwend leven heen breken. Maar dan liefst in de wetenschap dat je er op elk moment naar terug kunt. (En omgekeerd.)
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:23
Ik lees momenteel de Engelse vertaling "The Book of Disquiet" van Maria José de Lancastre. Ik was ook net veertien dagen in Portugal waarvan acht in Lisboa. Ik geniet met mondjesmaat van wat Bernardo Soares (alias Pessoa) in deze dagboekroman aan filosofische ideeën debiteert. Ik zie hem in mijn verbeelding stappen door de straten van de Baixa, naar de Taag en de zonsondergangen over deze 'gouden rivier'. Naar de 'miradores' die echt uitnodigen tot de meest lyrische bescrhijvingen van de uitzichten op de Taag. Een zeer bescheiden heerschap, zijn aktentasje in de hand met pen, papier en een fles wijn. De man moet zich door en door eenzaam en geïsoleerd gevoeld hebben. Met dat isolement ging hij op een creatieve manier om maar toch kan ik me bij het lezen niet losmaken van de idee dat de existentiële pijn van Pessoa niet min was. Zijn onbeschrijfelijk gedistingueerde bescheidenheid charmeert. Ik vond dit gedicht van hem:
At times I have
At times I have happy ideas,
Ideas suddenly happy, in among ideas
And the words in which they naturally shake free...
After writing, I read...
What made me write that?
Where did that come to me from? It is better than
me... .
Shall we have been, in this world, at the most, pen
and ink
With which somebody writes properly what we here jot?...
(8.12.34)
Tot zover mijn allicht weinig rationele bedenkingen over de man. Lezen is voor mij gewaar zijn en soms vb als Senhor Soares zelfs geen banaan bij de groenteman durft te kopen omdat hij niet weet hoe je zoiets vraagt, hij is niet gewoon op straat te kopen, is Pessoa voor mij een meester in het profileren van de 'negative capacity' van deze intellectueel.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:24