Wie ben ik?
Rare vraag eigenlijk: heb ik een zelf? Typische filosofenvraag. De vraag impliceert dat er een ik is, dat die ik attributen kan hebben en dat het zelf zo'n attribuut zou zijn. En wat is dan dat zelf? Is dat een speciaal orgaan, is dat een bepaalde hersenfunctie, is dat iets dat sporen nalaat in ruimte en tijd? Filosofen worstelen al meer dan twee millennia met het geven van een goede omschrijving. De wetenschap heeft het nergens kunnen ontdekken, ook niet met gebruikmaking van moderne apparatuur, zoals fMRI-scanners. En het Mahayana-boeddhisme beschouwt het zelf als een illusie.
En toch hebben we het er regelmatig over. Het is een woord dat iedereen begrijpt. Als iemand zegt dat hij diep in zichzelf een gevoel van onbehagen heeft, dan kunnen anderen dat met hem meevoelen. Het woord 'zelf' heeft dus een bepaalde betekenis. Illusie of geen illusie, er is iets wat we met 'zelf' kunnen aanduiden. Zelf is eigen, zelf is niet daar maar hier. Ik ben altijd bij mezelf. Maar 'zelf' is niet 'ik'. Want dan kan die 'ik' het niet 'hebben'. Als die ik een zelf heeft, wat is dan de functie van dat zelf?
De ik die ik ben, kan een onderscheid maken tussen zelf en niet-zelf. Het andere geslacht is niet-zelf. Mensen uit een ander land, van een andere leeftijdsgroep, van een ander geloof of politieke overtuiging, van een andere seksuele geaardheid zijn niet-zelf. Zelf is wat maakt dat ik niet ben als anderen. Zelf is wat mij maakt tot wat ik ben.
Ik ben ik, en ik heb een zelf. Die ik die ik ben, heeft iets wat hem maakt tot die ik, en niet iets anders. Maar als dat zelf iets is wat ik heb, kan ik het dan kwijtraken? Zijn er mensen zonder zelf? Als een zelf iets is wat een ik tot een ik maakt, dan zou een ik zonder zelf geen ik meer zijn. Een mens zonder ik zou niet meer zijn dan een anoniem stuk vee, iets wat je kunt slachten en opeten. Maar we eten geen mensen. Ieder mens is een ik, en voor ieder mens is er maar een ik, met een zelf dat zijn ik tot die ik maakt.
Maar als dat zelf niet los is te denken van die ik, wat is het dan dat die ik onderscheidt van dat zelf? Kun je zeggen dat die ik het ding is, dat wat een zekere ruimte inneemt, dat wat zich verplaatst als ik loop, dat wat zegt dat het een zelf heeft? Anderen noemen dat object dat zich verplaatst als ik loop niet 'ik', en ik noem die andere objecten die zich verplaatsen niet 'ik'. Er is voor mij maar een ik, en dat is iets anders dan wat anderen zien als ze naar mij kijken. Sterker nog, ik hoef mezelf niet te zien om me van mijn ik bewust te zijn. Ik weet waar ik ben (hier) en wat ik ben (mezelf), zonder ergens naar te kijken. Mijn zelf zegt mij wie ik ben.
Volgens David Hume bestaat het zelf niet als afzonderlijke entiteit. Het is slechts een bundeling van percepties. Maar hoe kunnen we een zelf ervaren als er niets is dan percepties? En als percepties mentale toestanden zijn, waarvan zijn het dan toestanden? Wat is het medium waarin die percepties zich voordoen? Het zelf is meer dan mijn percepties op dit moment. Ook mijn herinneringen bepalen wie ik ben. En herinneringen aan herinneringen. We ervaren het zelf als uitgestrekt in de tijd, als een rij momentopnamen. Wat is het dat de zelf-snapshots verbindt? Waarin komen percepties, herinneringen, gedachten en gevoelens samen? Wat is het dat deze dingen verbindt en tot een identiteit maakt?
Ons zelf positioneert zich tegenover de wereld. Ons zelf biedt ons een plek om ons op terug te trekken, om even de aanspraken van die wereld van ons af te zetten. Zoals we een prieeltje bouwen in de tuin, zo bouwen we een zelf, om even niet iets te doen of te beweren, maar gewoon onszelf te kunnen zijn. En dan kunnen anderen wel eens beweren dat we onszelf niet zijn, maar wij hebben gewoon niets anders, ook als we beheerst worden door onze emoties. Ons zelf is het prieel dat we voor onszelf hebben gebouwd om ons in terug te kunnen trekken. En dat doen we soms. Wat betekent het dan als anderen zeggen dat het een illusie is?
Socrates' lijfspreuk was "gnothi seauton", "ken uzelve". Dat was voor hem waar het in de filosofie om draaide. Weten waar je staat en wat je bent. Al is het maar om te beseffen dat dat zelf je isoleert, dat je een vreemdeling bent in je eigen land.




Reacties (17)
'Maar hoe kunnen we een zelf ervaren als er niets is dan percepties'? (Hume's uitgangspunt)
'Ons zelf positioneert zich tegenover de wereld. Ons zelf is het prieel dat we voor onszelf hebben gebouwd om ons in terug te kunnen trekken'. (Pim) Dat is tenminste een oplossing die geen beroep meer doet op 'kentheorie'. Dat is al vooruitgang.
GJE Rutten schetst eigenlijk een vergelijkbaar toneel, maar met andere requisieten, gaat zwaar nadruk op logica en kentheorie in de zin van Kant leggen en komt tot bemerkingen als: ... "het 'opzichzelf' van de werkelijkheid is voor ons voorgoed ontoegankelijk. Nooit zullen wij als mensen buiten onze menselijke wijze van denken en ervaren kunnen treden...de wereld-voor-ons is voor ons mensen dan ook het alomvattende...en waarbuiten wij nimmer kunnen treden. ".
Volgens Kant waren zowel onze aanschouwingsvormen (ruimte en tijd) als ook onze zuivere verstandsbegrippen (categorieen, bijv. causaliteit) uitsluitend geldig voor het gebied van de 'verschijning'. -Wanneer dit toetreft, hoe is Kant dan toch op zijn "Ding an sich" (lees: hoe is GJE op zijn analoge "wereld-in-en-voor-zich-zelf") gekomen?
Ding-an-sich; wereld-in-en-voor-zich, zijn dit logisch houdbare begrippen?
In de Transcendentale Aesthetik toont Kant, dat hij onder het Ding an sich het singuliere ding, zoals het werkelijk objectief of 'an sich' is, en in tegenstelling daartoe onder 'verschijning' het zelfde singuliere ding, zoals we het overeenkomstig de eigenaardige natuur van ons kenvermogen voorstellen, begrijpt.
Geleid door zijn leer van de idealiteit van ruimte en tijd concludeert Kant: het ding an sich en zijn verschijning dekken elkaar in onze voorstelling niet.
De grondgedachte van de categorieenleer is, dat onze zuivere verstandsbegrippen de 'waarde van subjectieve vormen van de verstandseenheid' bezitten, dat deze alleen de status van verknopingsfuncties onder tehulpname van de 'productieve' Einbildungskraft toekomen. Dat er dus zelfbewustzijn is, maar: waaraan een buiten onze voorstelling gegeven, in eigenlijke zin objectieve eenheid niet beantwoordt.
De aanschouwingswijze van de Transcendentale Aesthetik, de leer van het Ding an sich, wordt door de subjectiviteit van de categorieenleer dus tenietgedaan.
Onafhankelijk van onze voorstelling bestaande dingen, dus de realiteit van de buitenwereld is met de door Kant zelf geleerde subjectieve eenheid niet te bereiken. Met alleen op verschijningen te betrekken categorieen, die dus niet op dingen an sich toegepast worden, valt buiten het gebied van de verschijningen niet uit te komen. Een onafhankelijk van ons zelfbewustzijn gegeven objectieve eenheid is daarmee niet te bereiken.
Hoewel de zuivere verstandsbegrippen voor de dingen an sich zelf geen betekenis hebben, zal Kant het Ding an sich toch als een 'unvermeintliches' en 'notwendiges' leren, waarmee ons verstand met behulp van de zuivere verstandsbegrippen de zintuiglijkheid 'Schranken setzt'.
Hoe kwam Kant dan op zijn Ding an sich?
"Hoe kwam Kant op zijn Ding an zich"? Lijkt me simpel: je moet toch iets hebben dat veroorzaakt wat je overkomt, als je het zelf niet doet.
Pim:
Zo uitvoerig je in je berichten bent, zo weet je ook je respondenten door interessante uitvoeringen nieuwsgierig naar filosofie te maken. Ik heb er werkelijk weinig aan toe te voegen. Geweldig!
Beste Wildjan,
Je schrijft dat hetgeen in mijn kenleer (http://bit.ly/ebYueY) 'de-wereld-in-zichzelf' wordt genoemd analoog zou zijn aan Kants 'Ding an sich'. Dit is echter niet het geval. Evenmin is wat ik in mijn kenleer 'de-wereld-voor-ons' noem analoog aan Kants "fenomenale wereld". Zie voor een nadere toelichting fragmenten I, XXI en XXV in http://bit.ly/lhpPh0 en fragment VIII in http://bit.ly/zONQxS . Maar zie eventueel ook http://bit.ly/gTGzBv
Groet,
Emanuel
Zuigelingen hebben nog geen zelfbewustzijn of besef van een ik. Dat begint pas vanaf de peuterfase. Jonge peuters zullen dan zichzelf kunnen herkennen in een spiegel. Vele dieren hebben een bewustzijn, maar daarom nog geen zelfbewustzijn. Chimpansees, bonobo's, oran oetangs, gorilla's, dolfijnen, kraaien, olifanten hebben ook een zelfbewustzijn en herkennen zich in de spiegel als een afzonderlijk individu verschillend van de anderen. Een eerste vereiste om zichzelf te kunnen herkennen, is andere individuen als verschillend kunnen herkennen. Vele sociale dieren kunnen andere leden van hun groep herkennen. Het zal dus alvast samenhangen met die hersenfuncties die maken hoe we gezichten kunnen onderscheiden. Bij zuigelingen begint dat rond de leeftijd van 7 maanden. Zij kunnen dan verschillende gezichten van elkaar onderscheiden en makkelijker angstiger reageren op vreemde gezichten. Toch duurt het nog tot ongeveer 1,5 jaar voor sommige jonge peuters voor ze zichzelf echt als zichzelf herkennen in de spiegel en daarop spontaan reageren. Zelfs mensen of dieren met een zelfbewustzijn die onbekend zijn met spiegels hebben snel door dat zij zichzelf zien. Het gaat dus om een spontaan vermogen dat verder gaat dan louter perceptie, herinneringen en leerprocessen en feedback. De hersenen moeten er een bepaalde rijpheid voor hebben en een bepaalde graad van ontwikkeling. Maar er zijn ook bijzondere gevallen bekend. Zo zijn er mensen die geen gezichten kunnen onderscheiden door een beschadiging aan de hersenen. Zij kunnen hun eigen zoon of dochter of vrouw visueel niet onderscheiden, maar herkennen de persoon pas via de stem of hun houding. Zij kunnen zichzelf ook niet onderscheiden van andere gezichten in een spiegel. Toch hebben ze een zelf en zijn ze bewust van zichzelf en dat ze zoiets hebben als een ik. Het besef van een ik zit dus wel wat complexer in elkaar dan louter zichzelf kunnen herkennen in de spiegel. Zomaar stellen dat het ik een illusie is, is daarom niet zo'n vanzelfsprekendheid, omdat het eerder vanzelfsprekender is levende wezens aan te treffen zonder een besef van een ik of een zelfbewustzijn. Het is dus eerder een eigenschap van complexe ontwikkelde hersenen en eerder aan te treffen bij dieren en mensen met een complexe sociale omgeving. Het bezit van een zelfbewustzijn en een ik moet dus evolutionaire voordelen hebben voor levende wezens die sociaal sterk van elkaar afhangen en zelfs beschikken over een bepaalde graad van cultuur.
---
Bewerkt door Stefan Noppen op Feb 15 12 8:24
Waarom het zo ingewikkeld maken met 'geestelijke energie' Zulke concepten dekken niets en leggen niets uit als dat niet concreter wordt geformuleerd.
Zal wel, maar doe dat dan op een plaats waar het relevant is. Dus niet bij een postje over het zelf.
---
Bewerkt door Kweetal op Feb 16 12 9:53
Beste Kweetal dat was een reactie op een die je nadien hebt verwijderd. Vandaar.
Maar 'Een mens zonder ik zou niet meer zijn dan een anoniem stuk vee, iets wat je kunt slachten en opeten. Maar we eten geen mensen. Ieder mens is een ik, en voor ieder mens is er maar een ik, met een zelf dat zijn ik tot die ik maakt'. Zo'n uitspraak maak je niet wijs aan een koppensneller of stammen die infanticide kennen in hun cultuur als een vorm van geboortebeperking, of destijds de vele mensenoffers in oude beschavingen. Hoe we kijken naar de waarde van een zelf, is ook cultureel bepaald. Slavernij is ook nog niet zo lang 'afgeschaft' en hopelijk wordt het ooit niet meer heringevoerd in een modernere versie.
Momenteel leven we in een periode die erg veel belang hecht aan het individu en dat was vroeger niet zo vanzelfsprekend. Ons ik besef heeft daar wel een flink cultureel duwtje door gekregen.
---
Bewerkt door Stefan Noppen op Feb 17 12 6:23
Een andere interessant gegeven is hoe snel mensen en levende wezens hun 'zelf' lijken te verliezen als ze in groep handelen. Het groepsbewustzijn van mensen en levende wezens kan vaak zo sterk ons individuele zelf beinvloeden dat we eerder optreden als een collectief zelf dan een individueel zelf. Bovendien zijn mensen en levende wezens niet in staat zich te ontwikkelen tot een individueel zelf, zonder de interacties, opvoeding en feedback van anderen. Ons 'ik' bestaat niet zonder een 'wij' en 'zij'. Wij leren ons zelf zijn en worden door anderen en niet louter door zelfreflectie.
Beste Stefan,
Waar het bij de voorbeelden die jij geeft m.b.t. respect voor het leven om gaat, is wat je als een mens beschouwt. Slavenhandelaren beschouwen hun handelswaar niet als volledige mensen. Het zelfde geldt voor kannibalen. Maar ik geef toe, er worden ook mensen gedood die men als volwaardige partners ziet, bijvoorbeeld in een duel. Toch hebben mensen in het algemeen respect voor hun medemensen. Dat is genetisch bepaald. Mensen zijn een sociale diersoort. Dat blijkt ook in het groepsgedrag waar jij het over hebt. We hebben elkaar nodig om goed te kunnen overleven.
Dat is allemaal zeer mooi wat je beweert, maar we weten uit onderzoek dat wat mensen denken en bedenken, niet steeds overeenstemt met hun gedrag en dat je heel wat situaties kan bedenken waarbij mensen zonder blikken of blozen het volkomen ethisch gerechtvaardigd vinden een ander om zeep te helpen. Hersenen zijn 'leermachines' en je kan perfect jongeren zo opvoeden dat ze helemaal geen geweten meer hebben. We leven vandaag in een tijd die veel beschaafder is en vredelievender dan vroeger, zoals Pinker stelt. We maken ons nu terecht druk om enkele duizenden slachtoffers in Syrië of elders in de wereld, maar Hannibal zag er helemaal geen graten in om 60.000 Romeinen af te slachten en een heleboel van zijn eigen soldaten. Het was al verwonderlijk dat hij afzag om Rome te plunderen. De geschiedenis had er heel anders kunnen uitzien. Vroeger was het de gewoonte om hele steden te plunderen, mensen massaal af te slachten en vrouwen te verkrachten zonder enige wroeging. Een charismatisch leidersfiguur kon heel wat onheil aanrichten. Gewetenloze krijgsheren gebruiken de ergste moordmachines die je maar kan inbeelden: nl kinderen. 'Geprogrammeerde' kindsoldaten leer je niet zomaar ineens opnieuw integreren in de samenleving en vredelievend worden. Dat vergt heel veel moed en inzet. De culturele omgeving bepaalt zeer sterk in hoever we bepaalde vermogens ontwikkelen of niet. Vandaag hebben we geleerd dat het beter is samen te werken dan elkaar te bestrijden, maar het kan zeer snel omkeren. Barbarendom ruilen voor beschaving gaat sneller dan andersom. De fitness van mensen draait zowel om hun vermogen met elkaar te wedijveren als samen te werken. Wat een gemeenschap van mensen daarmee doet, hangt af van hoe sterk we geconditionneerd worden en welke omgevingsfactoren groepen mensen beïnvloeden. Twee gemeenschappen kunnen lange tijd zeer vredelievend met elkaar samenleven, maar dat garandeert nog niet dat er geen situatie kan voordoen die kan leiden tot genocides, bruut en wreed geweld. Wie zijn wij? Wij zijn niet alleen het product van onze genen, maar evenzeer die van onze leefomgeving. En mensen hebben helaas niet veel nodig om te gehoorzamen aan waanzinnige bevelen en in groep de meest afgrijselijke daden te plegen. Zij hebben er enkel een goede aanleiding en reden toe. Wij zijn meesters in cognitieve dissonantie. We kunnen onszelf veel wijsmaken. De beste bedriegers zijn zij die er zelf in geloven. En liegen dat leer je al als baby en peuter om te kunnen overleven.
---
Bewerkt door Stefan Noppen op Feb 19 12 1:59
Beste Stefan,
Wil een cultuur overleven, dan zal men zich aan sociale en ethische normen moeten onderwerpen. Als de geschiedenis ons iets leert dan is het dat agressieve regimes niet lang kunnen bestaan. Voor stabiliteit heb je solidariteit nodig. Daar doen al die voorbeelden van jou niets aan af.
En zoals Frans de Waal ons heeft laten zien, is solidariteit en empathie ook bij met ons verwante diersoorten de norm.
Ik ontken zeker niet dat de mens in staat is zich te onderwerpen aan sociale en ethische normen. Maar dat evenwicht is broos en kan snel andersom keren als men de 'sociale controle' niet onderhoudt. Zo is het al een ongelofelijke prestatie om miljoenen mensen in een stad te laten samenleven zonder extreme chaos. Geen enkel ander sociaal levend wezen op aarde is tot zoiets in staat. Maar dat is slechts mogelijk als er sociale en culturele netwerken bestaan die voldoende cohesie blijven garanderen. We weten allemaal dat in al die landen of regio's waar zoiets ontbreekt als een 'staat' of 'bestuur' er snel groepen mensen ontstaan die tegenover elkaar staan, er sprake is van uitbuiting, corruptie, fraude. Met ethiek en solidariteit ben je niets als dat niet structureel gegarandeerd wordt in netwerken van afspraken en regels, normen en wetten die mensen in staat stellen met elkaar voldoende om te gaan met een lage kans om het slachtoffer te worden van medemensen met minder goede bedoelingen. En dan moeten die wetten nog voldoende nageleefd worden.
Bovendien vergeten vele mensen dat empathie niet alleen een vermogen is dat ons helpt zich in te leven met anderen om te gaan op een 'menselijke manier'. Bedrog en list is ook een gevolg van ons empathisch vermogen. Als je je kan inleven hoe een ander voelt en denkt, dan kan je die ander daarmee ook bewust misleiden. Kinderen leren elkaar misleiden al spelenderwijze met fopspelletjes, verstoppertje. Zo lang dat op een onschuldig niveau gebeurt en leugens zijn om 'bestwil' kunnen zo'n dagelijkse leugentjes zelf zorgen voor scoiale smeerolie om conflicten en ruzie te vermijden. Maar wanneer leugens en bedrog dienen om alleen voordeel te halen en niet als een vorm van sociale zelfbescherming, dan wordt het sociaal absoluut niet meer aanvaard als het uitkomt of wanneer mensen voelen dat ze bedrogen worden. Politiek bedrijven bevindt zich vaak op de grenzen van leugen, bedrog en waarheid. Mensen laten zich soms ook liever bedriegen dan de harde waarheid onder ogen te durven zien. Zo lang bedrog geen groteske vormen aanneemt, wordt het getolereerd als het algemene en individuele belang er niet teveel onder lijdt. Is het toevallig dat in tijden van crisis mensen gevoeliger reageren op bedrog? En zoals we weten zijn machtigen zeer goede practici van bedrog. Het doel heiligt de middelen nietwaar? Dat wist Machiavelli al. Populaire mensen zijn meestal ook meesters in het plegen van bedrog. Daar hoef je echt niet de 'Dag Allemaal' voor te lezen.
---
Bewerkt door Stefan Noppen op Feb 19 12 5:14
Beste Stefan,
Als het voor mensen zo moeilijk is om in een stad bij elkaar te wonen, hoe komt het dan dat meer dan de helft van de zeven miljard mensen in een stad woont?
---
Bewerkt door Kweetal op Feb 19 12 5:51
Ik zeg juist het omgekeerde: de mens is het enige sociale wezen dat dit kan, maar dat wil niet zeggen dat we blind moeten blijven voor die andere mens. Vergeet niet dat verstedelijking op grote schaal pas mogelijk is wanneer er een bepaalde graad van welvaart wordt gegarandeerd en dat een stad pas leefbaar wordt als de infrastructuur van de stad in functie staat van de vele sociale menselijke netwerken en ook die vele menselijke sociale netwerken onderhoudt en ondersteunt. Kijk wat er gebeurt als een elektriciteitspanne in een grote stad te lang duurt, dan krijg je snel de andere kant van de menselijke medaille te zien. Plunderen, stelen, moorden. Of ben je soms vergeten wat Katrina destijds veroorzaakte in New Orleans? De stad is een menselijk paradijs, als de welvaart voldoende wordt gegarandeerd, zoniet dan wordt de stad snel een oord van achteruitgang, miserie en chaotische ontvolking, extreme armoede, sloppenwijken, epidemies. Mensen vergeten vaak de minder positieve zijde te bekijken van een stad. Kijk maar naar steden waar niet alleen veel rijkdom wordt tentoongespreid, maar ook extreme armoede en miserie. (Bijv. Sao Paulo). In Belgie, is het begrip stad, nog zoiets als een groot dorp.
Beste Stefan,
Ontvolking? Het aantal stadsbewoners neemt nog steeds toe.
Maar eigenlijk wil ik een punt zetten onder deze discussie, want die heeft weinig meer met het onderwerp van de post te maken.
Beste GJE,
voordat we bij jouw persoonlijke visie komen toch even schools bij de Koningsberger filosofie blijven.
Ik spel de vraagstelling waarover ik eerder berichtte nog eens uit.
Kant leert: niet alleen onze aanschouwingsvormen, ook onze zuivere verstandsbegrippen hebben een geldigheidsaanspraak voor het gebied van de verschijningen alleen; daarmee komen we (daarbuiten/boven) niet uit bij de wereld van het "Ding an sich". Daarmee sluit ik ook je eigen uitgangspunten kort. Of niet soms.
Hoe kwam Kant zelf buiten het gebied van de verschijning uit?
Hoe weet hij van het bestaan van het Ding an sich?
Wie garandeert hem, dat dit zonder meer bestaat/
Antwoord: Kant kwam zelf mbv. de categorieen, die hij daartoe uitdrukkelijk ongeschikt verklaarde, tot zijn Ding an sich, enerzijds mbv. het causaliteitsbegrip, anderzijds met het begrip van de substantialiteit, begrippen, die niet alleen in de KdrV niet consequent uit elkaar gehouden worden, die daarom kentheoretisch tot tegenspraken leiden.
Waarmee gezegd is, dat Kant's benadrukking 'de categorieen betrekken zich alleen op verschijningen' een foutieve is.
Substantie, causaliteit en wisselwerking zijn reële, onafhankelijk van ons denken gegeven, door ons verstand alleen opgevatte categorieen, het objectief reële waarvan de wetmatige samenhang van de waarnemingen afhangt. Zonder deze samenhang, zonder de wetten of regels van de verknopingen geen ervaring.
In plaats van deze samenhang construeert Kant zijn "inneren Sinn" als pendant van de "ausserlichen Sinnlichkeit" . Subjectiviteit van het extreme idealisme (overeenkomstig zijn categorieenleer), zo dat ons Ik niet onmiddellijk, dat wil zeggen als de reële existentie van de verandering, maar alleen door de 'Selbstaffektion' van de "innere Sinn", die naar z'n vorm genomen tijdloos en identiek is, geweten wordt.