Kenneth Boulding over ongebreidelde exponentiële groei
Anyone who believes exponential growth can go on forever in a finite world is either a madman or an economist.
unsupported characters, or include a non-local or incorrectly linked interwiki prefix. You may be able to locate the desired page by searching for its name (with interwiki prefix, if any) in the search box.
Possible causes are:
If you tried to access a non-local interwiki page, you may be able to access that page by clicking the "article" tab on this page.
E. Boulding En dat hebben we geweten...


Reacties (2)
Het is met dit citaat niet anders als met de miljoenen overige:
ofwel zijn zij uit hun kontekst gehaald en wordt alleen maar één of hoogstens een bepekt aantal aspekten van de aangesproken tematiek uitvergroot; alleen weet de lezer niet hetwelk
ofwel richten zij zich expliciet tot een deelaspekt van de door hen aangesroken tematiek, waardoor zij hun legitimiteitsaanspraken zelf inperken
Een citaat is een ontplofbaar mengsel, waarvoor het ontstekeningsmechanisme zoek is of gewoonweg niet bestaat. Daarom heb ik ook een zwak voor citaten die niet meer willen zijn dan en woordspeling (“Filosofie begint met de verwondering, en eindigt met de verwaandheid.”)
Bij het citaat van Boulding zijn bij mij enkele lukrake en dus ongeordende, niet-systematische bedenkingen opgeborreld.
1-- Hij heeft het over 'exponential growth' en dus niet over 'growth' tout court. Aangezien ik behoor tot zijn generatie (jaargang 1942) klinkt mij dat vertrouwd in de oren. De 'golden sixties' kenden en aanbaden het gouden kalf van de exponentiële groei, totdat de verschillende oliekrisissen hen in de zeventiger jaren brutaal terug tot de orde riepen. Met vallen en opstaan hebben de diverse ekonomische ordeningen het tij min of meer kunnen keren, maar van exponetiële groei is nog nauwelijks sprake geweest, met uitzondering van enkele aziatische tijgers. Maar ook dit sprookje is geen lang leven meer beschoren. Spreken over exponentiële groei is vandaag de dag 'not done'. Boulder's citaat is dus zeker niet meer aktueel.
2-- Semantisch detail: “Anyone who believes...” Mijn vakgenoten zullen waarschijnlijk steigeren, maar de ekonomische discipline is voor mij inderdaad een samenraapsel van ex ante beliefs, waarvan de gefundeerdheid slechts ex post kan worden nagegaan. Maar dan zijn de relevante omstandgheden weer zodanig veranderd dat andere beliefs moeten worden gehuldigd. De huidige wereldkrisis vertoont heel veel gelijkenisen met deze van de dertiger jaren van vorige eeuw. En toch heeft men ze niet kunnen ontwijken. Misschien weet men binnen tien jaar waarom, maar nu zeker nog niet. Semantisch heeft Boulding gelijk. Ekonomisten op één hoop gooien met madmen, lijkt mij wel niet rechtvaardig. Jacques Rogge beweerde toch ook dat de olympische spelen van Bejing ten goede zouden komen aan het lot van de Chinese dissidenten. Bij mijn weten heeft niemand hem daarom een madman genoemd!
3-- Voor filosofen is de term “forever” zo goed als onweerstaanbaar omdat hij zo heerlijk vaag is. In dit citaat gaat het echter om een ekonomisch-technisch begrip dat ik grosso modo zou associëren met: een observeerbare periode niet noodzakelijk korter dan een generatie of een mensenleven. Nadruk ligt dus op de observeerbaarheid, niet op de duur. Maar in Bouldings citaat tasten wij hieromtrent dus in het duister. Neem nu bij wijze van illustratie volgende periodes (voor West-Europa):
-- 1800 - 2000: grote exponentiële groei
-- 1800 - 1870: grote exponentiële groei
-- 1870 - 1880: negatieve roei
-- 1880 - 1914: grote exponentiële groei
-- 1929 - 1936; negatieve groei
-- 1950 - 1972: grote exponentiële groei
-- 1980 - 1990: bescheiden groei (maar niet noodzakelijk exponentiëel)
-- 1990 - 2000: bescheiden exponentiële groei
Voor alle hier aangehaalde periodes is de observeerbaarheid quasi gelijk (anders gezegd: het voorhanden zijnde bronnenmateriaal is in voldoede mate aanwezig). Boulding kan dus bij de begripsafbakening van 'forever' in dit voorbeeld enkel terugvallen op het tijdscriterium. Maar dit komt in het citaat helemaal niet tot uiting. De lezer heeft er dus het raden naar.
Bij wijze van besluit:
Dit citaat in se is triviaal; het debiteert vanzelfsprekendheden. Anderzijds is Kenneth Boulding nu ook weer niet de eerste de beste. Vandaar dat ik hem in elk geval het voordeel van de twijfel laat. Voor mij lijkt dit citaat duidelijk uit zijn kontekst gelicht en moet de blaam gericht worden aan de citatier (citaatproducent? citaticus? citaatmakelaar? Of hoe moet men zo iemand noemen?)
A. Zweistein
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:28
Hartelijk dank voor je uitgebreide antwoord. Uiteraard is een citaat altijd uit de context gerukt, dat is er juist zo leuk aan. Mijn bedoeling met het wekelijkse citaat op mijn blog is om discussie los te wekken, en dat lukt vrij goed. Met de context erbij zou dat heel wat minder goed lukken...
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:28