Nagel's oplossing voor het mind-body probleem, en correlaties
Is ons bewustzijn iets meer dan een neveneffect van onze hersenen, de wisselwerkingen tussen neuronen? Voluit 'nee' antwoorden op deze vraag is iets wat in deze tijd mogelijk is geworden, nu duidelijk is dat er delen van onze hersenen verantwoordelijk lijken te zijn voor bepaalde functies van ons denken (denk maar aan het onderzoek naar de taalcentra van Broca e.d.). Niettemin is zoiets als het 'bewustzijnscentrum' niet gevonden. Dus zijn er nog steeds filosofen die, teruggaand op Descartes, een duidelijke kloof zien tussen ons bewustzijn enerzijds, en de wereld van tastbare dingen en hersencellen anderzijds. De verschillende vragen en antwoorden over dit soort dingen beschouwt men als het mind-body probleem. Ik wil hier 1 antwoord bespreken wat betreft het mind-body probleem, dat van filosoof Thomas Nagel, in een tekst die ook hierterug te vinden is.
Een lang verhaal, kort gemaakt
Nagel heeft zijn standpunt bijzonder grondig uitgewerkt - bijgevoegde tekst beslaat zo'n 71 pagina's. Het lijkt me dus best dat ik enkele denkstappen oversla en kort samenvat, om dan meteen op de kern van de discussie in te gaan.
Ruwweg de helft van Nagel's tekst is nodig om twee voor de hand liggende antwoorden te verwerpen, degene die ik hierboven al aanhaalde: als eerste het dualisme van Descartes, met dus een onoverbrugbare kloof tussen bewustzijn en wereld, het mentale en het lichamelijke. En daarnaast, het reduceren van mentale belevingen tot de tastbare, meetbare verschijnselen van neuronen en hersencellen. Dat er iets bestaat dat beide posities fundamenteel verwerpt lijkt vreemd: ofwel blijf je vasthouden aan die kloof van het dualisme, ofwel laat je een of andere vorm van 'brug' toe - en zo'n brug blijkt moeilijk als je niet bereid bent toe te geven dat al het mentale eigenlijk iets 'materieels' of tastbaar is en dus daartoe te reduceren; of omgekeerd, dat al die tastbaarheden enkel maar mentale indrukken zijn (maar dat is niet zo'n populair standpunt).
Nagel blijkt als oplossing voor te leggen dat er geen brug moet gezocht worden, maar wel een gemeenschappelijke grond : iets wat zowel het bewustzijn als de tastbare toestanden kan verklaren.
Een grond voor geest en lichaam
Wat precies bedoeld wordt met een gemeenschappelijke grond, en hoe we die kunnen vinden, maakt Nagel duidelijk door vergelijkbare ideeën in de wetenschap. Temperatuur en druk van een gas zijn eigenschappen die met elkaar in verband staan: lucht die warmer wordt zet uit, en oefent dus druk uit naar buiten toe(1). Door de moleculaire theorie, die beide begrippen terugbrengt tot de beweging van moleculaire deeltjes, komen warmte en druk in een noodzakelijke relatie te staan : de theorie laat immers als vanzelf zien hoe de verbanden van druk en temperatuur ontstaan. Bovendien kan de theorie nog andere resultaten verklaren, die niet volgen uit het vroeger bekende verband tussen _gegevens van_temperatuur en druk. (Zo'n verband tussen gegevens zonder verklaring lijkt Nagel een correlatie te noemen.) Als laatste gegeven van zo'n theorie vermeldt Nagel het unificerend karakter ervan: temperatuur en druk worden door de moleculaire theorie onlosmakelijk verbonden - de verklaring voor temperatuur is van dan af niet meer gescheiden van een verklaring voor druk.
Iets soortgelijk wil Nagel hebben als grond, als unificerende theorie dus, voor zowel bewustzijnstoestanden als voor de tastbare hersenactiviteit.
Correlaties
Wat nu van belang is, is dat Nagel stelt dat zo'n unificatie een noodzakelijk karakter heeft, en iets zegt over 'de ware aard' van de dingen. We kunnen ontdekken dat dit zo is, wanneer inderdaad blijkt dat de unificatie toestaat om meer dingen te verklaren dan enkel wat we wilden verklaren - bij atomen was dat temperatuur en druk, hier is dat de bewustzijnstoestanden en de hersenactiviteit.
Als voorbeeld van zo'n andere dingen die we kunnen verklaren, spreekt Nagel van (previously unremarked) psychophysical correlations - weer correlaties dus. Hij vervolgt:
That would require more than an inference from observed correlations to psychophysical laws that in turn predict further correlations. It would mean finding something that entailed such laws as the logically necessary consequence of its essential nature (p.50 in de tekst).
Hier blijken de problemen van Nagel op te dagen. Correlaties zijn blijkbaar niet genoeg, het is blijkbaar de essentie van de dingen die uitputtend(!) verklaard moet worden uit het unificerend beginsel (elders in de tekst noemt Nagel dit upward entailment. En deze eis lijkt me nodig, willen we akkoord gaan met Nagel dat de unificatie een noodzakelijk karakter heeft. Een unificerende theorie, en wellicht elke theorie, kan immers tot foute resultaten leiden als er onbekende eigenschappen bestaan die een invloed hebben op de resultaten. Nagel sluit deze mogelijkheid uit als hij eist dat de hele en volledige essentie van dingen moet verklaard worden door een onderliggende theorie - minder duidelijk echter is hoe hij verwacht dit ooit te kunnen en hoe te verantwoorden dat het zo is.
Erst das Fressen, dann die Moral
Dat dit problematisch is, is eenvoudiger te zien wanneer Nagel dit standpunt concreet te maken, wat hij vanaf p.55 ook doet. Daar gaat hij in op de split brain experimenten - experimenten waarbij hersenhelften van levende personen chirurgisch worden ontkoppeld van elkaar, en waarbij geconstateerd wordt dat 'delen van het bewustzijn' kunnen voortleven in elk van de hersenhelften. Nagel hecht veel belang aan dit resultaat, dat hij beschouwt als bewijs dat er 'mentale delen' zijn, die belichaamd zijn in de tastbare hersenhelften.
Voortbouwend op dit idee stelt Nagel dat we kunnen veronderstellen dat er ook kleinere onderdelen van onze hersenen een apart bewustzijn kunnen huisvesten. Om dit aan te tonen zal vanzelfsprekend een meting van "bewust gedrag" moeten gedaan worden, wat niet meer zal kunnen via de gebruikelijke zintuigen of motorische functies maar door een bepaald soort 'gedrag' van de hersenen zelf. Nagel raadt ook aan niet uitsluitend te denken aan 'ruimtelijke onderdelen', omdat bepaald systemen ook niet-lokaal kunnen verdeeld zitten binnen de hersenen.
Naarmate dat de gedachte hierover vordert, wordt steeds duidelijker dat Nagel zich verder verwijderd van de noodzakelijke unificerende relatie waarvan hij vertrokken is. Een dergelijke studie van 'ontbonden' systemen, waaronder vormen van afasie en agnosie vallen, kan enkele vreemde wisselwerkingen van hersendelen misschien verklaren - minder duidelijk lijkt me evenwel dat dit noodzakelijke relaties zijn, en dat we om dit als doel te nemen genoodzaakt zijn Nagel's ingewikkelde systeem voorop te stellen. Wat ontbreekt er immers in een compleet 'reductieve' verklaring (waar Nagel dus afstand van neemt), en is in Nagel's methode wel vindbaar?
Nagel lijkt te suggereren dat hij verwacht bepaalde patronen in de configuratie van hersensystemen terug te vinden, patronen die de meeste mensen en misschien ook andere wezens delen, ook al zijn ze niet allemaal 'gelokaliseerd'. Dat is een interessante en aanvaardbare suggestie - maar zelfs dan kan men zich afvragen of dit niet gewoon evolutionair kan verklaard worden, en dus compleet los van het idee dat 'het mentale' via een unificerende grond verbonden is aan hersentoestanden? En dat er niets anders is dan een tastbaar lichaam dat tastbare informatie krijgt vanuit de wereld, op een tastbare manier daar feedback op levert via hersenactiviteit, om dan weer op een tastbare met dat lichaam erop te reageren?
Nagel zegt ergens ook dat hij verwacht dat dezelfde subsystemen aanwezig zowel in bewustzijn als in hersenen - misschien is dit dan wat anders is dan een reductieve visie? Maar het is niet duidelijk wat dit betekent: hij heeft het immers niet enkel over gelokaliseerde subsystemen? En wetende dat hersenen adaptief blijken te zijn tot op zekere hoogte - dat neuronen soms in staat zijn om functies van beschadigde neuronen over te nemen -lijkt het zelfs dat de hoeveelheid of soorten interacties niet op een eenduidige manier te beschrijven zijn.
Een waarschijnlijker conclusie lijkt net dat de verbinding tussen geest en lichaam niet altijd en niet volledig in de onderdelen ligt. En dat er dus geen sprake is van een verbinding met een noodzakelijk karakter.




Reacties (4)
Beste Tsunami,
Het lijkt me evident dat, als je niet uitgaat van een cartesiaans dualisme, je bewustzijn koppelt aan collectief gedrag van neuronen. Precies zoals je het verband tussen temperatuur en druk koppelt aan collectief gedrag van molekulen. Afzonderlijke neuronen zijn voor bewustzijn net zo irrelevant als afzonderlijke moleculen voor de druk van een gas. Afzonderlike neuronen zijn kwetsbaar. Er wordt beweerd dat als je een keer dronken bent, dat dat honderdduizendeb neuronen het leven kost, terwijl je bewustzijn, als je weer nuchter bent, nauwelijks is aangetast.
Anronio Damasio probeert in zijn boek "The feeling of wat happens" het bewustzijn in de hersenen te traceren. Volgens hem speelt daarbij vooral een gebied dat de activiteiten van andere delen van de hersenen monitort een belangrijke rol. Het bewustzijn is voor hem zoiets als de opzichter van hersenactiviteiten, het centrum dat de werking van andere centra bewaakt en coördineert.
Akkoord, maar het gaat hem om de aard van de koppeling he. Is de koppeling zo dat bewustzijn kan verklaard worden door dat collectief gedrag van neuronen, of niet? enzoverder
In principe is Damasio niet geheel onverzoenbaar met het project van Nagel, hoewel Nagel vermoedelijk sterke twijfels had over het feitelijk lokaliseren van een eenduidig bewustzijnscentrum.... Vandaar de opmerking dat niet alle bewustzijnstoestanden 1-op-1 dienen gelokaliseerd te worden voor Nagel.
Ik vind persoonlijk de aanpak en visie van Allan Hobson over bewustzijn veel verhelderender. Hij vertrekt vanuit bewustzijnsmodules zoals aandacht, perceptie, geheugen, denken verhalend vermogen, intentie, instinct, enz;;; (ik som ze hier niet allemaal op) die afzonderlijk beter meetbaar vertaald kunnen worden en aan elkaar gelinkt tot een bewustzijnsmodel (AIM). Zo heeft hij een algemeen ruimtelijk model ontwikkelt waar hij bewustzijnstoestanden kan weergeven en hij bekijkt ook bewustzijn als iets dat dan gradueel kan beschreven worden en gekoppeld aan specifieke gebeurtenissen in de hersenen zoals de afgifte van bepaalde neurotransmitters, ingaande en uitgaande informatie, actviteit van hersendelen: (bijv: alertheid, onspannen waken, soezen, dagdromen. Op die manier wordt duidelijk dat bewustzijn niet is los te koppelen van onze materiele hersenen,en dat het resulterende bewustzijn niet zuiver te herleiden valt tot louter schakelingen tussen neuronen en afgifte van neurotransmitters , maar te beschouwen valt als het emergente resultaat van dat complexe orgaan dat we hersenen noemen. De werking van onze hersenen en het bewustzijn valt dan ook enkel te begrijpen wanneer dat op verschillende niveaus wordt bestudeerd en met elkaar in verband wordt gebracht.
Simplistisch gesproken het brein als de plek ‘to Be’ waarin men de sporen van allerlei frequenties, en neuronen en elektronen door de verschillende gebieden kan meten. De afdruk van aanwezigheid van processen; het oplichten van gebieden in dat brein. Het meten van de 'kabels en fijnmazige infrastructuur.
Het aantonen van waarnemingen over natuurkundige en biologische processen en hun routes door de brainbox.
Voor mij is het brein een klankbord, net als een periscoop van een duikboot. Wat gemeten wordt is het denken, dus de 'ik' gedachte en het 'ik bewustzijn'. Het is ‘not done’ om de onderzoeker te onderzoeken. De onderzoeker onderzoekt niet zijn realiteit. 'Bewustzijn' is een manier van denken. De hersens als periscoop, als projector. En wat wij als 'onszelf' beschouwen en ervaren is bij nadere onderzoek niets anders dan een gedachte, een aanname gebaseerd op andere gedachten. In die zin zijn wij een product van de hersens. Maar in plaats van in te gaan op alles wat denken ons laat geloven kan het handig zijn om vanuit de eerste hands eigen ervaring te onderzoeken of het waar is dat er een ik in een lichaam zit of in een schedel.
---
Bewerkt door HitchBiker op Feb 28 12 9:46