Gedachten over Truth and Predication, van Donald Davidson

In de blog: De zwarte doos reacties: 0 pdf print

Deze blog is wat haastig: ik wil schrijven over Davidson's postuum gepubliceerde boek Truth and Predication, maar ik heb nog maar de eerste drie hoofdstukken uit.

Na die eerste hoofdstukken gaat Davidson ingaan op het probleem van predikaten, maar in de eerste drie hoofdstukken gaat het over waarheid: ja zeg, wat is waarheid?

Ik wil het boek niet samenvatten hier (misschien breng ik een recensie uit later), maar laat me maar vertellen dat Davidson veel vertelt ook over wat waarheid niet is - voordat hij tenslotte zijn eigen voorstel op tafel legt.

Van een filosoof die men tijdens zijn leven moeilijk in een vakje kon plaatsen, is het misschien te verwachten dat ook uit deze nagelaten tekst niet op te maken is waar hij te plaatsen is in het debat tijdens correspondence theory of truth en alternatieven zoals coherence theory of truth en wat Davidson de andere 'epistemische' standpunten noemt. Hoewel ze allemaal lijkt te verwerpen, blijkt de conclusie in mijn interpretatie te zijn dat Davidson eerder een epistemische theorie aanhangt of tenminste zou moeten aanhangen. Ik zou zelfs met Rorty geneigd te zijn te zeggen, een pragmatische.

Want wat blijkt de steunpilaar te zijn voor Davidson, een manier om 'voortalig' (dat wil zeggen, voorafgaand aan talige interpretatie) iets te doen met waarheid? Een preferentietheorie (verweven in een Bayesiaanse beslissingstheorie, met onbepaaldheden om interpretatie recht aan te doen), waarvan moet onthouden worden dat het een testmiddel is om waarheid aan het werk te zien in het verkiezen van een spreker van de waarheid van 1 zin boven die van een 2de zin. De complexiteiten zijn belangrijk voor Davidson omdat hij deze theorie als onderdeel van een sociaal gegeven, dwz een interpretatieproces wil zien - maar het belangrijkste is dat het fundament gebaseerd is op vergelijking (van waarheden van zinnen). Het is voor hem belangrijk dat een dergelijke vergelijking kan zonder talige interpretatie van de zinnen, zodat hij de fundamentele vraag vermijdt maar ook nooit kan beantwoorden: wat is de grondzin, de basis van alles, en dus van waarheid/de 'echte' wereld? Het is enkel in een vergelijkende relatie _in het midden van een sociaal gegeven_dat we een dergelijke vraag volgens Davidson kunnen stellen.

Tegelijkertijd wil Davidson niet bedoelen dat dit leidt tot een relativized concept of truth. Hier grijpt hij terug naar Quine en naar diens principle of charity: dat het zinnig is om te veronderstellen dat mensen het doorgaans eens zijn over de meeste basisbegrippen, of tenminste dat we dit moeten veronderstellen omdat het anders communicatie onmogelijk maakt. Op dezelfde manier trouwens wil Davidson rationaliteit veronderstellen in zijn voorstel van een preferentietheorie.

Een mens kan zich op basis van dit toch maar een onschuldige vraag stellen, met Rorty trouwens: hoe verschilt dit nog van pragmatisme? We kunnen akkoord gaan dat het project van Davidson een boel theorie heeft geschreven over de opbouw van het sociaal proces, en de interactie met de externe wereld waarin de sociale agenten gesitueerd zijn ; maar tenminste voor mij lijkt dit niet onverenigbaar met een pragmatische positie. Dat Davidson daarom geen typische pragmatist is, kan ik nog begrijpen - maar voordien was hij dan ook, zoals in dit boek nog eens aangehaald, een ontypische realist.

Men kan het jammer vinden dat Davidson het antwoord nooit zal geven... maar gezien het verleden, vermoed ik (1) dat het niet nodig is om zijn filosofie waardevol te zijn, (2) dat het ook niet noodzakelijk is dat zijn filosofisch werk hem ineens nog een andere positie zou laten innemen. Het is dus aan ons eigen oordeel om de som op te maken. Dus ben ik nu een pragmatist... een realist... een anti-realist? Ik vrees dat het lezen van Davidson geen uitsluitsel geven zal.


Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie