Over de 33e Vlaams-Nederlandse Filosofiedag en U
Na de 28ste, 29ste, 31ste en 32ste Vlaams-Nederlandse Filosofiedag kan je de Neo-Cynicus ook aan het werk zien op de 33ste Filosofiedag, ditmaal in Delft, aan de Technische Universiteit, op 31 oktober 2011. De Filosofiedag fungeert als draagvlak voor actuele discussies tussen vakgenoten van de verschillende Nederlandse en Vlaamse faculteiten.
Het thema van de 33ste Nederlands-Vlaamse Filosofiedag is de relatie tussen filosofie en techniek.
Na 400 dagen zonder regering (en weinig nieuwe artikels, maar niet minder filosofische arbeid) is het hoog tijd om dit blog te vereren met een nieuwe bijdrage van diens Neo-Cynisme. Meteen met een uitnodiging erbij voor de 33ste Vlaams-Nederlandse Filosofiedag op 31 oktober 2011 in Delft! BAM !!!
De 33ste Vlaams-Nederlandse Filosofiedag fungeert zoals elk jaar als draagvlak voor actuele discussies tussen vakgenoten van de verschillende Nederlandse en Vlaamse faculteiten.
Het centrale thema is dit jaar de relatie tussen filosofie en techniek.
Onderstaand vind je mijn aanvaarde abstract als antwoord op de vraagstelling omtrent dit thema. U komt toch ook?!
Abstract
In ons dagelijks taalgebruik vallen minstens 2 betekenissen van het woord ‘techniek’ op. We staven deze betekenissen met verwijzing naar een krantenartikel en een algemene uitdrukking in het nederlandstalige taalgebied.
In Het Nieuwsblad (09/09/2008) kan men de eerste betekenis lezen: “Techniek is belangrijker dan wedstrijden winnen.” Hierbij wordt ‘techniek’ gebruikt ter aanduiding van de vaardigheid van een sporter. Een andere betekenis vindt men in een algemeen gebruikte uitdrukking: “De techniek staat niet stil”. In dit geval wordt ‘techniek’ voorzien van een lidwoord en lijkt men te wijzen op een cultuur van technologische vooruitgang. We duiden kort beide betekenissen en geven hun relatie met filosofie weer.
- De eerste betekenis – techniek als vaardigheid - treft men ook aan via de etymologie. ‘Techniek’ gaat immers terug op het Griekse techne, wat vaardigheid, kunde, knowhow betekent. Een technicus is in die zin een ervaringsdeskundige binnen een bepaald domein. Men vindt deze betekenis bv. terug in de beschrijving van sporttalenten: een voetballer kan een zeer goede techniek hebben.
Vele antieke filosofen geven bovendien aan dat de waarde van techniek gelegen is in het uitblinken qua vaardigheid én in het vermogen om die vaardigheid ook te onderwijzen. Wil men bv. leren metsen, dan is het geen goed idee, aldus vele antieke auteurs, om dit te vragen aan een theoreticus die inzicht heeft in de ideale kenmerken van een perfect gebouwd metselwerk. Men vraagt dit best aan een metser, ééntje die ervaring heeft op de werkvloer én die zijn ambacht ook kan aanleren. Dit is een morele ondertoon die men vaak aanvoelt bij het lezen van antieke commentatoren ivm techniek.
Desondanks wordt deze vorm van kennis – praktische knowhow – bij de antieke Grieken niet meteen zeer hoog ingeschat. De hoogste vorm van kennis blijft de episteme, de zuivere kennis van universele, eeuwige waarheden. De techne is slechts een secundair realisatievermogen van deze theoretische waarheden (cf. de verhouding relatie tussen aannemer en architect). Techne levert geen nieuwe waarheden op, maar is een praktische toepassing van de theoretische episteme.
- De tweede betekenis – techniek als dé techniek – ontmoet men ook in de romantische cultuurfilosofie: ‘techniek’ als aanduiding van een materialistische cultuur gedreven door technologische vooruitgang. Deze betekenis leidt bv. soms tot uitspraken waarbij de techniek ons dreigt te vervreemden van onze authentieke levenswijze (bv. bij Martin Heidegger of Walter Benjamin). ‘Techniek’ wordt hier veel breder betekenis gegeven als een technocratie, een samenleving geregeerd door de techniek, d.w.z, door technologische vooruitgang.
Na deze etymologisch-cultuurfilosofische analyse kunnen 2 stellingen worden gededuceerd:
-
indien men techniek heeft, kan men die techniek ook onderwijzen
-
dé techniek kan snel veel veranderingen teweegbrengen in de leefwereld
Door een verbinding van beide stellingen ontstaat een kritische vraag. Indien dé techniek een globaal gevoel geeft dat men zich zeer snel moet aanpassen aan technologische veranderingen in de leefwereld, in welke mate is dit dan het gevolg van een globaal achterwege blijven van het aanleren van de knowhow om te werken met die nieuwe technologiën?
Graag onderzoek ik met u de implicaties van deze kristische vraagstelling binnen een welbepaalde context, met name, de GPS-technologie. Aan de hand van noties van Michel Foucault, H.G. Gadamer en G.S. Brown stel ik u mijn antwoord voor.
Zoals steeds dezelfde deal: zinnige commentaar wordt - mits akkoord van de auteur uiteraard - behandeld in de lezing.
Post Scriptum:
Er is ondertussen heel wat te vertellen inzake ontwikkeling van het exomologesis-s_pel_, over diens contextualisering binnen het gadameriaans spelconcept - in het kort: het gaat goed, hard en groeiend! -, alsook over de verwelkoming van een nieuwe peiler in het neo-cynische denken, met name: George Spencer-Brown. Ik had een reis in Venezuela nodig en enkele maanden doordringing van de teksten die ik op reis bestudeerde. Als je reeds wilt weten wat ik zal ontwikkelen, neem een kijkje op de registratie van patent A63F 3/02 van de World Intellectual Property Organization, gepubliceerd op 6 april 1989.
Met vriendelijke groet,
De Neo-Cynicus

