Interview met Herman De Dijn en Ad Verbrugge over de maatschappelijke rol van filosofie
In het Nederlands dagblad _Trouw _verscheen op 10 november een interview met Herman De Dijn en Ad Verbrugge naar aanleiding van de 32e Vlaams-Nederlandse Filosofiedag. Ik was zelf ook dankbaar present als één van de 16 sprekers die het thema over de maatschappelijke rol van filosofie mocht analyseren.
Het was een leuke dag en zelfs een min of meer geslaagd filosofie-evenement, stel je voor! Het voornoemde interview raakt mijn inziens ook sommige punten die naar mijn bescheiden mening relevant zijn in de discussie over de maatschappelijke rol van filosofie.
Dit interview is niet van mijn hand. Het verscheen onder redactie van Janneke Horlings in Trouw (10/11/20, p. 29), getiteld: Filosofie is geen therapie.
****Filosofie mag niet een exclusief recht van academici zijn, vinden de Vlaamse filosoof Herman De Dijn en zijn Nederlandse collega Ad Verbrugge. De twee filosofen spreken vandaag tijdens de 32ste Vlaams-Nederlandse filosofiedag aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dit jaar staat de vraag naar de rol van de filosofie in de 21ste eeuw centraal.
Volgens Verbrugge, universitair hoofddocent sociale en culturele filosofie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is die vraag verkeerd. „Het doet er niet toe wat ik vind dat die rol zou moeten zijn. De veranderingen in deze tijd vragen zelf om een bepaalde filosofische beantwoording.”
De Dijn, emeritus hoogleraar Wijsbegeerte aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte te Leuven, zegt: „Misschien vraagt de tijd om antwoorden die de filosofie niet kan bieden. Filosofen worden te veel ingezet als goeroes of experts die onbetwistbare oplossingen bieden voor allerlei problemen. Maar filosofie kan niet altijd leveren wat de tijd van haar vraagt.”
De Dijn vindt dat de filosofie niet voor populaire doeleinden mag worden misbruikt. „Filosofie is geen therapie.” Hoe mag de filosofie dan wel worden gebruikt? Filosofie moet een doel op zich zijn, zegt De Dijn: „Door na te denken over dingen, gratuit, kan men onrechtstreeks verwondering bereiken. Door te filosoferen kunnen we dingen op een nieuwe manier bekijken.”
Ad Verbrugge vindt dat filosofie juist géén doel op zich kan zijn: „De filosofie moet zich op het leven afstemmen. Een filosofie die los staat van het leven is ondenkbaar.”
Het verbaast Verbrugge niet dat filosofie steeds populairder wordt. „We leven in een overgangstijd. Er is zich een politiek- ideologische en religieuze verwarring aan het voltrekken. Tegelijkertijd wordt onze wereld gekenmerkt door nieuwe media en moet je kort en bondig ter zake kunnen komen. Daar komen per definitie misvattingen uit voort.”
Volgens Verbrugge vraagt onze turbulente tijd om reflectie. Filosofie kan die bieden, maar het gevaar is wel dat de filosofie dan wordt gereduceerd tot slogans.
Ook De Dijn waarschuwt voor oppervlakkigheid: „Sommige managementbureaus misbruiken de filosofie om een weekend interessant door te brengen en meer saamhorigheid tot stand te brengen. Toch is mijn ervaring dat die mensen iets meemaken dat hen op een andere manier doet kijken naar henzelf en de dingen die daar besproken worden.”
Beide filosofen denken daarom dat het geen kwaad kan de filosofie toegankelijker te maken. Verbrugge: „Het is onwenselijk als je mensen niet op een fundamenteel niveau aan het denken kunt zetten.”
De Dijn: „Er moet wel geoordeeld worden of bepaalde populariseringen van de filosofie niet dom en belachelijk zijn, maar ik weiger te aanvaarden dat elke vorm van popularisering verkeerd is.”
Verbrugge wil ook de wereld waarover we filosoferen toegankelijker maken. Hij ziet het als zijn taak de wereld en de verschijnselen die daarin optreden te beschrijven. Maar soms wordt hij er mee geconfronteerd dat taal niet toereikend is. „Ik wil de dynamiek van de tijd verwoorden en daar waar begrippen en ideeën tekort schieten nieuwe woorden en ideeën aanbieden.”
Verbrugge vindt dat academici dat te weinig doen. Ze zouden zich vaker publiekelijk moeten uiten. „Als ze dat niet doen, belandt die taak bij derden en is de kwaliteit veel lager.” Academici houden zich nu nog te weinig bezig met wat er in hun directe omgeving gebeurt, vindt hij.
„In de 21ste eeuw heeft de filosofie dus een dubbele taak”, vat De Dijn samen: „Ze moet zichzelf ten eerste op hoog niveau, binnen de universiteit, in stand houden. Ten tweede moet en mag ze zichzelf naar de bredere maatschappij toe tonen en haar nadenken ter beschikking stellen. De speciale taak van filosofen is ervoor te zorgen dat kritische reflectie niet opdroogt.”
Filosofen die denken dat kritisch nadenken beperkt blijft tot de wetenschap hebben het bij het verkeerde eind, benadrukt De Dijn. „Dat zou betekenen dat wat mensen zoals Verbrugge en ikzelf doen, geen filosofie is. Maar filosofie mag geen monopolie van professoren zijn.”
"Dat zal ook nooit gebeuren”, zegt Verbrugge. „Wat eerder een probleem is, is dat de professoren hun eigen tijd en situatie niet meer meenemen in hun bezinning. Maar ook buiten de universiteit zal de filosofie gepraktiseerd blijven worden. En dat is maar goed ook.” © Trouw 2010.
Voor diegenen die geïnteresseerd zouden zijn in mijn eigen analyse van de aangeraakte punten, men weze verwezen naar mijn vorige artikel bestaande uit de samenvatting van de lezing die ik gaf op de 32e Vlaams-Nederlandse Filosofiedag, getiteld Twee breuklijnen en vier fenomenen.
Met vriendelijke groet,
De Neo-Cynicus
Andreas Lauwers

