Filosofische nuchterheid in de zaak-Vangheluwe?

In de blog: De Neo-Cynicus reacties: 0 pdf print

De zaak-Vangheluwe wordt al te makkelijk beschreven in intransparante strategische termen door de media en de Kerk zelf rondom de zgn. slachtofferdiscretie, terwijl binnen (een bepaalde voorgeschiedenis van) de Kerk meer transparante termen voorhanden zijn om enigszins publiek verantwoord om te gaan met dit stinkend drama.

De zaak Vangheluwe laat niemand onberoerd. Velen laten het niet na hun ontstelling ongenuanceerd (enkele CD&V’ers uitgezonderd) te ventileren via diverse media. Tijdens het websurfen stootte ik op de reactie van een zekere Kristien L. Ze schrijft: “Ik begrijp echt niet waarom Vangheluwe niet in de gevangenis zit. Als een andere burger zoiets doet zat die al lang vast.”[1] Wanneer men luistert naar andere reacties aangaande deze zaak, begrijpt men dat Kristien het misschien wel bij het rechte eind heeft. De feiten zouden echter ‘verjaard’ zijn, kerkelijk dan wel staatsgebonden. Zelfverklaarde pedofielen krijgen binnen de Kerk door zulke ‘verjaring’ een garantie op loon en beschutting voor de woede van de volksmassa. Enkel een Torfs die daar wijs uit raakt.

‘Verjaring’ betekent, voor de door-Wikipedia-gerechtigde leken onder ons, ‘dat door verloop van de tijd een bepaalde vordering niet langer in rechte afdwingbaar is’.[2] Het blijft echter een vreemd argument voor slachtoffers die eerst een onmenselijke ontkenning van de ‘feiten’ als feiten moesten verteren en vervolgens - indien dan toch enigszins erkend - een beledigende relativering van die feiten moesten slikken als ‘compenseerbare misdaden’– als zou één of andere geldsom ooit compenseren voor zulks onrecht. Ontkenning van de status als slachtoffer (er is niets gebeurd, u bent gek!) of een relativering van de status als slachtoffer (het was toch niet zo erg: hier is wat geld, dan zwijgen we erover…). Leugenaar of prostituee? God moge weten hoe zich te verzoenen met dit dilemma.

Verder is het opvallend hoe in het discours over deze zaak - gedramatiseerd door de clerus en politici, gemonteerd door de media – vrij bruusk de aandacht ten aanzien van de straf voor de daders wegdraait richting de zorg voor de slachtoffers. Alsof er plotsklaps een nieuwe wind doorheen de zaak blaast: een onzichtbare moederhand in plaats van het vaderlijke ‘pak slaag’. Natuurlijk moeten de slachtoffers erkend worden als slachtoffers, zoals elke verzoeningscommissie weet. Het lastige is echter dat vele slachtoffers - waarvoor alle begrip - hun betrokkenheid liever niet openbaar willen zien. Maar hier knelt wel het schoentje. Want het lijkt er op dat net onder dit mom van discretie, gewenst door slachtoffers, de schaduwkant van de Kerk loenst.

Danneels zelf geeft in zijn recentse verdediging in deze zaak bijvoorbeeld aan dat hij meende dat de familie van het slachtoffer van Vangheluwe de hele situatie liever verborgen hield. En net daarom liet hij Vangheluwe begaan. De discretie die de slachtoffers wensen kan bijgevolg blijkbaar hun erkenning als slachtoffer dwarsbomen. Vandaar dat de ommekeer qua aandacht richting de zorg voor de slachtoffers zeker niet zomaar als een bekennende, zorgende geste van de Kerk moet worden begrepen. Minstens kan het ook worden gelezen als een strategie tot meer bewegingsvrijheid binnen de schaduwzijde van het openbarende licht der rechtspraak, zoals men het in oude theologische geschriften verwoordt.

Vanuit dit opzicht komt de recente oplossing om Vangheluwe ‘weg te stoppen’ (in Westvleteren, in Rome, in Timboektoe, aldus de redacteur van het katholieke opinieweekblad Tertio) hoogst intransparant over.[3] Zulk een ‘oplossing’ lijkt immers te suggereren dat kerkelijke pedofilie een exotische reis impliceert in plaats van publieke boetedoening. Een suggestie die zich bovendien niet laat verzoenen met de mening van de modale burger, zoals men die bijvoorbeeld kan lezen bij Kristien L. Vandaar een tip voor Vangheluwe - afkomstig van de Franse geschiedenisfilosoof Michel Foucault – in verband met schuldbekentenis.

Binnen de Kerk kan men volgens Foucault minstens twee manieren van schuldbekentenis onderscheiden: de exagoresis en de exomologesis.[4] De eerste is de meest moderne en betreft een verbaliserende schuldbekentenis ten opzichte van een priester, zeg maar: de biecht, zoals we die allen kennen. Deze heeft Vangheluwe zelfs al ondernomen. Eigen aan de biecht is echter diens private karakter: het gebeurt binnenskamers, van aangezicht tot aangezicht. En dus in de gevaarlijke schaduwzijde van deze zaak.

Daarom is het misschien beter om eens na te denken over hedendaagse vormen van de veel oudere variant van de schuldbekentenis die de Kerk rijk is: exomologosis, oftewel, de publieke schuldbelijdenis - op zich te nemen door bijvoorbeeld voorafgaand aan de laïcisering ter boetedoening in zak en as te leven aan de voet van het kerkgebouw ter vergiffenis van diens zonden, in dit leven of erna. Symbolisch, dat wel. Maar vooral: publiek toegankelijk. Zelfs Erasmus, misschien wel de scherpste criticaster van de Kerk, was te vinden voor zulke publieke symbolen.[5] Mogelijk kan de Kerk op die manier nog enige geloofwaardigheid redden uit de brand die Vangheluwe heet. Als iemand dat tenminste nog wenselijk acht.

Met vriendelijke groet,

De Neo-Cynicus

Andreas Lauwers

NOTEN:

[1] http://nieuws.be.msn.com/binnenland/artikel.aspx?cp-documentid=154609934

[2] http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring

[3] In het Journaal van 09/09/2010 om 7 uur op Één: Jan De Volder (hoofdredacteur Tertio)

[4] Technologies the of the Self: A Seminar with Michel Foucault. L. H. Martin, H. Gutman en P. H. Hutton (red). Tavistock Publications, Londen, 1988.

[5] Exomologesis sive modus confitendi. Desiderius, Erasmus, 1536.


Tags
geen tags

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie