Over de 32e Vlaams-Nederlandse Filosofiedag
De 32ste Vlaams-Nederlandse Filosofiedag fungeert zoals elk jaar als draagvlak voor actuele discussies tussen vakgenoten van de verschillende Nederlandse en Vlaamse faculteiten.
Het centrale thema is dit jaar de functie en de rol (daadwerkelijk en idealiter) van de filosofie binnen de wetenschappen en in de maatschappij.
Onderstaand vind je de thematische vraagstelling van dit jaar. Daarna vind je mijn _aanvaarde _abstract als antwoord op die vraagstelling. In elk geval ben je zeker welkom voor weer een potje Neo-Cynisme in Nijmegen. U komt toch ook!
*VRAAG*
Waar is filosofie eigenlijk goed voor? Wat heb je eraan? Verschaft filosofie ons een dusdanig inzicht in de werkelijkheid, dat de filosoof met dit inzicht een belangrijke rol kan en/of moet spelen in die werkelijkheid? En zo ja, op welke manieren kan filosofie die rol dan spelen? Staat filosofie in dienst van het grotere geheel en dient de filosoof zich als vraagbaak, opiniemaker, commentator, zingever of moreel baken te mengen in het wetenschappelijke of maatschappelijke debat? Is de filosoof de expert bij uitstek wanneer het gaat om uitleg van de menselijke geest, politiek, milieu, economie, esthetica of moraliteit?
Of is het eigen aan filosofie dat het juist nergens toe dient? Bedrijf je filosofie niet omwille van iets anders, maar louter en alleen omwille van zichzelf? Zijn filosoferen en denken een intrinsiek goed? Dienen zij nergens anders toe? Is filosofie op een positieve wijze nutteloos en moet dat ook zo blijven? Is die ivoren toren precies de plek waar filosofen willen en moeten zitten?
AANBOD
Waar is filosofie eigenlijk goed voor? Om die vraag te stellen, dient men te weten wat ermee bedoeld wordt: wat is filosofie? Zoals u allen weet, is het moeilijk hier een éénduidig antwoord op te vinden. Daarom kaderen we eerst dit definitieprobleem, alvorens ons te richten op een nutsdefinitie van filosofie.
Eén van de actuele uitwegen is dit probleem van de definitie van filosofie (terug?) te plaatsen in de praktische context van het spreken, schrijven en lezen over filosofie. Dus niet: “Wat is dat ding, genaamd filosofie?”, maar wel: “Waar, wanneer en door wie wordt er over dit woord gesproken, geschreven en gelezen?” (een her-plaatsing in de lijn van S. Ijsseling’s taalopvatting).
Gaat men akkoord met deze linguïstisch-pragmatische begrenzing, dan luidt de hoofdvraag: “Hoe kan praten, schrijven en lezen over “filosofie” goed zijn voor iets?”. Zodoende komt men blijkbaar m.b.t. tot het thema terecht in een evaluatie van een literaire Wirkungsgeschichte, die - minstens - meer opties laat, dan de essentialistische vraag naar de definitie van filosofie.
Natuurlijk is deze ver-taal-ing van het definitieprobleem niet de enige uitweg. Bovendien zou filosofie hierdoor gereduceerd worden tot een (academische?) evaluatie van de taalpraktijk waarbinnen zij onderworpen wordt. Dit is immers het argument van minstens twee andere actuele uitwegen uit het definitieprobleem: 1. expressivistische levenskunst en 2. publieke filosofie.
Zowel (1) als (2) betreffen een ver-werkelijk-ing van het definitieprobleem, waarbij de vraag naar het nut van filosofie gesteld kan worden in termen van een ‘kunstwerk’ (1) of een ‘handeling met een publieke functie’ (2). Verschillend tussen beide is de toegankelijkheid van hun filosofische werkzaamheid: wat privé is voor (1), is publiek voor (2). Filosoferen als ‘handeling met een publieke functie’ (2) lijkt hierbij een goede kandidaat om samen met Foucault en Gadamer te denken aan zoiets als het maatschappelijke nut van filosofie.
Sommige bloglezers zijn mogelijk mee (veeleer onwaarschijnlijk gezien mijn onvermoeibare moeite om onleesbaarheid te bereiken - soms mislukt het wel) inzake de insteek die ik hierboven ontwikkel - voor de rest [en met betrekking tot de verhouding die je hierboven las ten aanzien van wat privé is voor (1) en publiek is voor (2)]: zie http://reksividur.filosofie.be/index.php?/archives/32-Foucault-VI.-Fase-6-De- selectieve-reanimatie-van-het-lijk-van-de-psychoanalyse.html
Zoals steeds dezelfde deal: zinnige commentaar wordt - mits akkoord van de auteur uiteraard - behandeld in de lezing.
Met vriendelijke groet,
De Neo-Cynicus

