De onwetende meester - Vijf lessen over intellectuele emancipatie

In de blog: Johan Potums reacties: 0 pdf print

Dit stuk werd een twee tal jaar geleden geschreven. Intussen reikt de groep GOK wel een hand naar de gemeenschap met behulp van huisbezoeken of anderstalige correspondentie

Johan leest een boek: De onwetende meester, door Jacques Ranciere - Vertaald en ingeleid door Jan Masschelein

De achterflap was zo opwindend dat ik het boek meteen kocht (€ 16.95 bij Acco indien u een kaart heeft). Zo opwindend dat ik het meteen beginnen lezen ben, ondanks mijn huidige staat (ik val bijna in slaap). Zo opwindend dat ik mijn huisgenoten erover aanroep, aanstoot, kortom, het leven zuur maak.

Het belangrijkste idee van de inleiding voor mij (en vergeef me als ik te kort door de bocht ga):

[...] het verhaal over de emanciperende werking van het (publieke) onderwijs [veronderstelt] dat het (publieke) onderwijs de verantwoordelijkheid heeft om iets gelijk te maken wat aanvankelijk ongelijk is. Welnu, zo maakt Jacotot juist duidelijk, de afstand die de school of het onderwijs pretendeert te reduceren, is precies de afstand die haar in het leven roept en doet leven en bijgevolg, zo zegt hij, houdt ze niet op zelf die afstand te reproduceren. (p. 14)

Dit boek grijpt mij aan, omdat ik een idealist ben. En dat zal, indien tot nog toe niet gebleken, hierna wel duidelijk zijn...

Ik betrek de inleiding van Masschelein op mijn eigen ervaring:

Mijn school, overigens een katholieke, en daarmee verwijs ik meteen naar de haakjes die Masschelein gebruikt bij het woord publieke, merkt, door onderzoek drie problemen in haar rangen:

  • Een taalprobleem: meer dan 70 procent van de leerlingen uit het BSO, richting Kantoor heeft een thuistaal die niet het Nederlands is.
  • Een tuchtprobleem: het gaat van kwaad naar erger en wij leerkrachten moeten toegeven dat we geen grip hebben op de leerlingen. Ik wil hier zeker niet deloyaal zijn naar mijn collega's toe. Ik geef het zelf grif toe dat ik het geluk heb alleen in het TSO te staan en daarbij ook nog eens de lieverdjes van de school heb.
  • De restaurantdagen kennen jaar na jaar een dalende opbrengst en de organiserende leerkrachten vragen zich af of het nog de moeite loont.

Zelf leid ik (en ik alleen, niemand uit mijn school ondertekent deze tekst mede) af dat er een structureel probleem groeit, door de jaren heen. We merken dat de school meer en meer anderstaligen aantrekt, met dalend niveau van de kennis van het Nederlands als gevolg.

Zonder racistisch te willen klinken, durf ik stellen dat dit publiek het grootste tuchtprobleem veroorzaakt (opgepast, ik maak een analyse van wat er onderzocht is, ik reik hier nog geen oplossingen aan). Dit is wat leeft in het hart van mezelf, als leerkracht. Het tuchtprobleem is volgens mij onder meer een gevolg van de taalachterstand. Een leerling die niet kan volgen omdat het niveau van het Nederlands te hoog ligt, tracht op één of andere wijze aandacht te trekken. En in hun hoofd is positieve aandacht even goed als negatieve aandacht.

De school wordt meer en meer een opvoedend instituut, is een algemene klacht bij het onderwijzend personeel. Sommige leerlingen komen uit een thuissituatie waar hen weinig waarden en normen worden bijgebracht en de kennisoverdracht schiet in bij het opvoeden. Iets waar leerkrachten vandaag niet tot opgeleid zijn! Het is, volgens de leerkracht, gewoon onze taak niet.


Toen ik volgende oplossing aanreikte, kreeg ik wel een heel verrassende opwerping:

Mogelijke poging tot oplossing:

Ik stelde voor om de hand te reiken naar de gemeenschap, desgewenst in een andere taal dan die die we steeds op school gebruiken. Dat betekent bijvoorbeeld dat indien we weten dat ouders enkel Arabisch spreken, we hen adresseren in het Arabisch. Natuurlijk weet ik ook dat dit niet gaat wanneer het over officiële documenten gaat. Maar uitnodigingen allerlei, waarbij wij de mensen om hulp vragen de school beter te organiseren, gaande van pedagogische projecten zoals ouderavonden tot het spijzen van de schoolkas door middel van restaurantdagen,... Waarom zouden wij hierbij geen poging doen om ons publiek aan te spreken in hun eigen taal?

Reactie:

Dit is een grens die wij niet mogen oversteken!


Jacotot schreef in 1818 dat de school de afstand creëert die ze pretendeert te reduceren door onderwijs aan te bieden.

Indien het betrekken van de ouders kan helpen om kinderen op een betere wijze te onderwijzen, of zelfs Nederlands te laten leren, waarom kunnen wij dan niet uit onze ivoren toren komen? Indien het ons doel is kinderen te emanciperen uit hun sociale situatie, die niet altijd even rooskleurig is, waarom mogen wij de taalbarrière dan niet oversteken naar de ouders toe?

Wie willen wij onderwijzen? Het zijn de kinderen waarvoor wij geen duimbreed willen afstappen van onze ideeën. Willen zij in het Nederlands les volgen, moeten zij het Nederlands machtig zijn. Maar ik vraag me af waarom we nu geen hand reiken naar die ouders die geen Nederlands spreken, om de kinderen nu te bereiken en OPNIEUW te bereiken op het moment dat zij zelf ouder(s) zijn. Om de vicieuze cirkel te doorbreken, waarbij de kinderen verzeild geraken in de situatie van de ouders, waarbij kinderen op hun 16 reeds menen dat er voor hen alleen een leven aan de rand van de maatschappij is weggelegd.

Wij sluiten de ouders uit onze gemeenschap, omdat ze niet voldoen aan onze normen. We doen dat natuurlijk niet actief. Ouders zijn welkom, als ze een tolk meebrengen. Maar waarom zoeken we het contact niet op? Waarom hebben we geen eerbied voor de sociale situatie waarin mensen zich bevinden, of ze nu van taalkundige, economische of religieuze aard is, en reiken we hen niet keer op keer de hand, niet aflatend, in de hoop hen te bereiken, en met hen, hun kinderen en hun gemeenschap.


Ik besef dat ik met mijn pleidooi niet helemaal eerlijk ben. Het doel blijft het kind in te leiden in onze cultuur, die zich, vanuit het feit dat zij de educatie verzorgt, zich boven een andere cultuur stelt, ongewild misschien, maar desalniettemin. Zelf heb ik daar nog een antwoord op:

Het is mijn doel de kinderen zo op te leiden, dat zij later, wanneer zij de vrijheid van keuze aangeboden krijgen, die keuze om zich zus of zo in eender welke cultuur in te schrijven in eer en geweten kunnen maken. Ik wil er vooral voor zorgen dat zij zich in de mogelijkheid bevinden om die keuze TE KUNNEN maken. Alleen is de weg die ik voorsta, misschien anders...


Tags
geen tags

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie