Twee concepten van vrijheid

review door auteur: Dennis Vanden Auweele. reacties: 0 pdf print

Op 31 oktober 1958 hield Isaiah Berlin (1909-1997) zijn beroemde inaugurale rede getiteld “Twee concepten van vrijheid”. Deze rede zou het startsein geven voor een vruchtbare academische carriere als één van de bekendste en sterkste voorvechters van het pluralisme, maar ook als expert in de liberale theorie. Latere werken zoals “Against the current: essays in the History of Ideas” (1979) zullen op deze denktrant voortgaan.

Op 31 oktober 1958 hield Isaiah Berlin (1909-1997) zijn beroemde inaugurale rede getiteld “Twee concepten van vrijheid”. Deze rede zou het startsein geven voor een vruchtbare academische carriere als één van de bekendste en sterkste voorvechters van het pluralisme, maar ook als expert in de liberale theorie. Latere werken zoals “Against the current: essays in the History of Ideas” (1979) zullen op deze denktrant voortgaan.

Deze recente uitgave in de reeks ‘Kleine Klassieken’ van uitgeverij Boom herneemt de vertaling van Tine Ausma en het nawoord van Hans Blokland uit 1996. Deze nieuwe editie zal, voor de bezitter van de vorige, niets nieuws toevoegen aan zijn collectie.

De erudiete liberale theoreticus Berlin stelt in de jaren ’50 reeds aan de kaak hoe een bepaalde liberale mens-opvatting tot bepaalde totalitaire regimes heeft geleid. Zo merkt hij op dat het libertaire negatieve concept van waarheid een onderdrukking van bepaalde sferen van werkelijkheid meedraagt. Negatieve vrijheid houdt in wezen in dat men door geen enkele intentionele handeling belemmert wordt. Berlin draagt de genealogie van dit concept terug tot Rousseau en Kant die stelden dat de mens zich moest bevrijden van iedere vorm van knechtschap. Op deze manier bouwt de mens een ‘innerlijke citadel’ waarin hij zich, als rationeel wezen, verschanst tegen invloeden van buitenaf. Berlin merkt op dat dit maar een sjofele notie van vrijheid is en verwijst er zelfs naar dat Schopenhauer deze vrijheid het best doorzien had door de stelling dat werkelijke vrijheid slechts door de dood bereikt wordt. Binnen deze innerlijke citadel groeit een dichotomie tussen het rationele en het irrationele: alleen datgene wat rationeel is zal ons naar de vrijheid leiden. Vele mensen evenwel zijn zo verknocht aan bepaalde externe heersers dat zij deze vrijheid niet willen; daarom is dwang en opvoeding genoodzaakt. Er is maar één oplossing voor morele en politieke aangelegenheden: deze oplossen is louter een mechanisch proces dat het best aan experts moet overgelaten worden.

Berlin daarentegen stelt dat er één overtuiging is “die meer dan enige andere verantwoordelijk is voor de slachting van individuen op het altaar van de grote historische idealen (...) Dit is de overtuiging dat er ergens in het verleden of in de toekomst, in een goddelijke openbaring of in de geest van een individuele filosoof, in de bevindingen van de geschiedenis of de wetenschap of in het eenvoudige hart van een onberispelijk goed mens, een definitieve oplossing bestaat.” (76) Als voorvechter van het pluralisme, verwerpt Berlin de liberale opvatting dat politiek en ethiek louter een rationele mechanische kwestie is. Dit vloeit voort uit het maatschappijwetenschappelijke inzicht dat de mens een zeer sterke sociale inbedding kent; binnen een maatschappij is de mens steeds op zoek naar erkenning. Berlin verwijst naar sociale minderheden binnen bepaalde landen wiens voornaamste eis niet is dat ze negatief vrij zijn (niet belemmerd worden), maar eerder dat zij erkend worden en mee mogen politiek voeren in hun individualiteit (positieve vrijheid). Positieve vrijheid houdt in dat men als volledige geïndividualiseerde persoon (en niet louter als rationele geest) meedingt aan het maatschappelijk leven. Goed wetend dat de eigen opvatting geen beroep kan doen op absolute geldigheid, toch nog steeds vechten om gehoord te worden; dat is vrijheid.

“De relatieve geldigheid van de eigen overtuigingen beseffen (...) en ze toch onversaagd verdedigen – dat onderscheidt een beschaafd mens van een barbaar.” Met dit citaat van Joseph Schumpeter besluit Isaiah Berlin zijn vurig pleidooi voor een pluralistische samenleving. Dit werk nadert zijn 52ste verjaardag, maar heeft aan actualiteit nog niet moeten inboeten. Het algemeen waardepluralisme onderschrijven, maar toch opkomen voor de eigen rechten: dat zou de erfenis van de Verlichting moeten zijn.

Isaiah Berlin, Twee concepten van vrijheid. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2010, ISBN 9789085069034.



Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie