Filosofen, liefde en lust
De opzet belooft. Twee Franse journalistes stellen zich tot doel een vergelijk te maken tussen de leer van enkele filosofen en hun liefdesleven. En dat is ook wat gebeurt: meer bepaald het aspect liefde in de filosofie wordt belicht aan de hand van liefdesavonturen en -mislukkingen, wat de auteurs toestaat om een karakterbeschrijving van de filosofen te plaatsen naast enkele minder bekende standpunten, specifiek over de liefde dan, die deze filosofen geboekstaafd hebben.
De opzet belooft. Twee Franse journalistes stellen zich tot doel een vergelijk te maken tussen de leer van enkele filosofen en hun liefdesleven. En dat is ook wat gebeurt: meer bepaald het aspect liefde in de filosofie wordt belicht aan de hand van liefdesavonturen en -mislukkingen, wat de auteurs toestaat om een karakterbeschrijving van de filosofen te plaatsen naast enkele minder bekende standpunten, specifiek over de liefde dan, die deze filosofen geboekstaafd hebben.
In die zin heeft het lezen iets van een wistjedat-katern in de krant doornemen: de leukste details zijn in dit boek opgenomen, en de focus is duidelijk geweest om een goed verhaal te kunnen vertellen. Verbanden worden gelegd met een gamma aan cultuurfeiten van hedendaagse filosofie tot klassiekers uit de literatuur, duidelijk om de levensverhalen van de filosofen te kaderen in een bredere cultuur en geschiedenis. Dat werkt mooi als illustratie, maar gaandeweg wordt duidelijk dat hier ook de sterkte van het boek ligt : in de context die het aan filosofen en hun werk geeft.
Dat ook het filosofisch werk niet wordt vergeten blijkt uit het goed gebruik van citaten uit dat werk. Vaak zijn die citaten goed verwerkt in het verhaal, en het verhaal aangepast aan het werk van de filosoof : op die manier voel je in de tekst van Kierkegaard ook de nervositeit van diens werk doorwerken, en in de tekst over Montaigne komt duidelijk iets door van de beruste, gemoedelijke sfeer die ook in de Essays te vinden is. Zwakkere momenten in dit opzicht zijn de teksten over Schopenhauer en over Sartre-de Beauvoir : misschien is het overaanbod aan materiaal over de Duitse vrouwenhater enerzijds, en de scandaleuze affaire tussen de Franse filosofen anderzijds, hiervoor verantwoordelijk.
De merites van de auteurs liggen in het aan elkaar schrijven en selecteren van dat materiaal, en wat mij betreft is die opzet op bovenvermelde uitzonderingen na goed geslaagd. Het terloopse vermelden van Dante's Beatrice (van de Goddelijke Komedie) in het verhaal van Kierkegaard's obsessie met de vrouw die hij wandelen heeft gestuurd, is een mooi voorbeeld. Typerend voor dit voorbeeld is ook dat de journalistes niet diep ingaan op dit verband: enkel een lezer met wat voorkennis begrijpt hoe tréffend de vergelijking wel is.
En dat is misschien de voornaamste kritiek op dit boek. Van de vele bronnen die moeten geraadpleegd zijn, blijven er maar enkele over in de noten die achterin elk hoofdstuk vermeld staan. Voor het breed publiek waarvoor dit boek bestemd is heeft dat natuurlijk geen belang, maar wie bv. meer wil weten over de link tussen Dante Alighieri en Kierkegaard is veroordeeld tot een partijtje googlen. De selectie van verbanden die gemaakt is, is dus vooraf bereid voor de lezer, en verdere verbanden zal hij zelf moeten verzamelen...
Dit boek valt dus wellicht te waarderen door iemand die met zo'n eerste preselectie goed geholpen is, en geen zin heeft om daarvoor 1000 pagina's dikke biografieën door te worstelen. Een filosofische purist zou nog kunnen opmerken dat enkele mooie liefdespassages van filosofen de selectie niet gehaald hebben (de passies van Descartes, of het uitgebreide werk van Spinoza!), maar daar valt op te antwoorden: een volgend boek kan nog geschreven worden.
Aude Lancelin en Marie Lemonnier zijn journalist bij de Nouvel Observateur. Ze studeerden beiden filosofie. Hun boek is vertaald naar het Nederlands door Vanno Jobse, en verkrijgbaar bij Uitgeverij Halewijck of Uitgeverij Ten Have.

